30 juni 2020
Mr. S. Schuite

De bijzondere positie van onteigeningsdeskundigen

‘Deskundigen zijn de planken over het moeras van onwetend- heid van de rechter.’ De rechter is jurist en bezit niet altijd de feitelijke kennis om tot de juiste beoordeling van een geschil te komen. Daar waar de kennis van de rechter tekort schiet, bieden de deskundigen uitkomst. De taakverdeling is in begin- sel duidelijk: de rechter neemt de juridische kant voor zijn rekening en de deskundigen staan hem bij met specifieke (feitelijke) expertise. Het is aan de rechter om de ingewonnen expertise juridisch te interpreteren en toe te passen op het voorliggende geschil. Tot zover niets nieuws. In het onteige- ningsrecht ziet dat plaatje er echter anders uit. De aldaar optredende gerechtelijk deskundigen (hierna: onteigenings- deskundigen) voorzien de rechter immers niet alleen van specifieke deskundigheid, maar nemen ook bij het juridische werk het voortouw. Zij zoeken zelfstandig naar de feitelijke schadeposten en bezien of die schadeposten ook juridisch relevant zijn. Zij passen met andere woorden de rechtsregels toe op de feiten en leveren de rechter daardoor in belangrijke mate het raamwerk van een vonnis aan. In het licht van het voorgaande mag het geen verbazing wekken dat dergelijke deskundigen een grote invloed hebben op de uitkomst van het juridisch schadedebat. Met de Omgevingswet 2 in aantocht, staat het onteigeningsrecht de nodige verandering te wachten. Het is daarom waardevol de bijzondere positie van de onteigeningsdeskundigen nog eens kritisch te beschouwen. De bijzondere rol en positie van de onteigeningsdeskundige(n) worden in dit artikel vanuit vier, op elkaar aansluitende, invalshoeken belicht: een historische, een hedendaagse, een kritische en, tenslotte, een toekomstige.

Prof. mr. Jacques Sluysmans
30 juni 2020

Twee dwarse snijdertjes

...
Simone van Schaik
30 juni 2020

Maak kennis met...

...
Mr. dr. C.G. Dijkstra
30 juni 2020

De DGA in coronatijden

...
Subscribe to Artikelen