Wat staat je volgend jaar te wachten?

Mats Klein Breteler
M. Klein Breteler, LL.B volgt de duale master onderneming & recht en is lid van de Facultaire Studentenraad.

De tendens rondom het Hoger Onderwijs is duidelijk aan het veranderen: de ‘eeuwige student’ wordt van alle kanten bestookt met nieuwe regels die studenten moeten dwingen om zo snel mogelijk af te studeren. De ene na de andere nieuwe regeling werd het afgelopen anderhalf jaar aangekondigd. De nieuwe regels zijn afkomstig van zowel de overheid als onze eigen universiteit en faculteit, een deel daarvan is reeds van kracht geworden, de rest moet eerst nog aangenomen (en soms zelfs nog uitgewerkt) worden; de chaos is voor de meeste studenten inmiddels compleet. In deze bijdrage wordt geprobeerd wat orde in de ontstane chaos te scheppen en zullen de belangrijkste nieuwe regelingen waar de rechtenstudent volgend jaar tegenaan kan lopen worden toegelicht.

Vanuit de faculteit
De volgende regelingen zijn afkomstig van onze faculteit en gelden dus alleen voor Nijmeegse rechtenstudenten.

De studiesuccesregeling (B-in-4 en M-in-2)
De zogenaamde ‘studiesuccesregeling’ is bedoeld om studenten te stimuleren hun Bachelor binnen vier jaar en hun Master binnen twee jaar te behalen. Deze regeling staat beter bekend als de B-in-4 en de M-in-2.

De B-in-4 geldt voor alle Bachelorstudenten die op (of na) 1 september 2011 voor het eerst zijn begonnen met een Bacheloropleiding; de huidige eerstejaars. Als zij niet binnen vier jaar alle verplichte vakken, essays, Rota’s et cetera behalen, dan kan er op onze faculteit in principe geen Bachelordiploma meer worden behaald. Wel zijn er nog enkele redmiddelen voor studenten die deze termijn niet halen. Allereerst kan de Examencommissie in bijzondere gevallen besluiten de termijn te verlengen. Daarnaast heeft iedereen die de (eventueel verlengde) termijn niet haalt de mogelijkheid om een groot Bachelorexamen te maken over alle stof uit het B2- en B3-jaar. Dit Bachelorexamen kan maximaal één keer herkanst worden. Mocht dit examen ook niet gehaald worden, dan vervallen de behaalde vakken niet. De vakken kunnen vervolgens bij een andere faculteit in Nijmegen of bij een andere universiteit gebruikt worden om vrijstellingen te krijgen.
De M-in-2 gaat gelden voor alle Masterstudenten die zich voor het eerst op 1 september 2012 in de Master inschrijven. Voor iedereen die zich reeds vóór die tijd in de Master inschrijft, gaat de regeling dus niet gelden. Bovendien is er een uitzondering van de regel voor alle studenten die vóór1 september 2011 reeds een tentamen behorende tot een Masteropleiding hebben behaald. De regeling is verder hetzelfde als de B-in-4, met als verschil dat de maximale termijn niet vier maar twee jaar is en er geen mogelijkheid is om een groot Masterexamen over alle stof uit de Master te maken.

Markeren en bijschrijven in wettenbundels
Naar aanleiding van een groot aantal fraudegevallen in het vorige jaar (waaronder het onderstrepen van bepaalde letters om een woord te maken) heeft de Examencommissie afgelopen zomervakantie besloten om alle markeringen, onderstrepingen, zelfgemaakte tabjes en verwijzingen naar rechterlijke uitspraken in wettenbundels te verbieden. Na protest vanuit onder meer de Facultaire Studentenraad heeft de Examencommissie besloten om het bijschrijven van rechterlijke uitspraken weer toe te staan. Daarnaast zijn de regels slechts verplicht voor de VNW- en Kluwer-wettenbundel. Voor vakspecifieke bundels mogen docenten hier uitzonderingen op maken. Daarnaast heeft de Examencommissie toegezegd de nieuwe regels na dit jaar te gaan evalueren, de uitkomst van die evaluatie zal volgend jaar blijken. Wel is het belangrijk om te onthouden dat de regels zijn aangescherpt, omdat de oude regels werden misbruikt door er creatief mee om te springen. Als studenten dit wederom gaan doen met de nieuwe regels (door bijvoorbeeld te onderstrepen middels een klein geschreven rechterlijke uitspraak onder een woord), dan is dit niet alleen fraude met alle gevolgen van dien, maar zal de Examencommissie dit wellicht ook aangrijpen als reden om alle bijschrijvingen geheel te verbieden. Hier is helaas weinig tegen te doen, aangezien de Examencommissie geen verantwoording af hoeft te leggen en geen goedkeuring nodig heeft voor het wijzigen van deze regels.

Bachelorscriptie
Het Faculteitsbestuur heeft aangekondigd het essay Burgerlijk recht uit het B3-jaar te willen vervangen door een Bachelorscriptie om te voldoen aan de eisen die er worden gesteld aan een Bacheloropleiding. De concrete invulling hiervan is op het moment van dit schrijven nog niet bekend, maar de betreffende studenten zullen hier volgend jaar uitgebreid over worden voorgelicht.

Verplicht werkgroeponderwijs
In het afgelopen collegejaar hebben alle studenten reeds kennis kunnen maken met het verplichte werkgroeponderwijs, zowel in de bachelor als in de Master. Het gevolg van niet voldoen aan de aanwezigheidsplicht is uitsluiting van deelname aan het tentamen en de daarbij behorende herkansing, behoudens vrijstelling door de Examencommissie.

Voortgangseis en sneller diploma voor R&M/R&E
Voor eerstejaars Recht & Management- en Recht & Economiestudenten bestond reeds de eis dat de volledige propedeuse Rechtsgeleerdheid alsmede alle vakken uit het eerste jaar van het combinatieprogramma moesten zijn behaald om door te mogen met het combinatieprogramma. Voor studenten die op of na 1 september 2011 voor het eerst stonden ingeschreven voor het combinatieprogramma is daaraan toegevoegd dat zij in hun tweede studiejaar minimaal 40 EC en in hun derde studiejaar minimaal 45 EC aan verplichte rechtenvakken moeten behalen. De sanctie van het niet voldoen aan deze eis is het vervallen van de automatische vrijstelling voor bepaalde rechtenvakken. Voorts behalen R&M- en R&E-studenten vanaf heden reeds hun Bachelor Rechtsgeleerdheid indien zij de eerste drie jaar van het combinatieprogramma succesvol hebben afgerond, in plaats van pas na hun vierde jaar.

Vanuit de universiteit
De volgende regelingen zijn opgelegd vanuit de universiteit en gelden dus in beginsel voor alle studenten in Nijmegen. De implementatie en gevolgen op onze faculteit worden hieronder besproken.

Bindend Studieadvies (BSA)
Voor alle studenten die op of na 1 september 2011 aan hun bachelor zijn begonnen, geldt dat zij (behoudens gegronde redenen) in hun eerste jaar minimaal 39 EC binnen de opleiding moeten behalen. Studenten die dit niet lukt, mogen zich drie jaar lang niet inschrijven voor een bacheloropleiding aan onze faculteit.

Collegegeld tweede Master
Als een eerste Masteropleiding wordt afgerond, is een student voor een eventuele tweede Masteropleiding het instellingscollegegeld verschuldigd. Als deze tweede Master direct aansluitend aan de eerste wordt gevolgd, is het instellingscollegegeld gelijk aan het wettelijk collegegeld (volgend jaar € 1.771). Dit verandert echter voor studenten die een tweede afstudeerrichting binnen de Masteropleiding Nederlands recht gaan volgen, nadat zij hun eerste afstudeerrichting hebben afgerond. Met ingang van komend collegejaar gaan deze studenten een instellingscollegegeld van maar liefst € 9.100 per jaar betalen. De volgende afstudeerrichtingen vallen onder de Masteropleiding Nederlands recht: burgerlijk recht, ondernemingsrecht, staats- en bestuursrecht, straf(proces)recht en het vrije pakket. Dit hoge tarief gaat nadrukkelijk alleen gelden voor een tweede afstudeerrichting nadat de eerste volledig is afgerond. Het tegelijkertijd volgen van twee afstudeerrichtingen zonder de eerste af te ronden lijkt dus een voor de hand liggende manier om dit hoge tarief te ontwijken. Beide afstudeerrichtingen moeten dan echter wel binnen twee jaar worden afgerond, vanwege de hiervoor besproken M-in-2 waarop het Faculteitsbestuur geen uitzondering wilde maken.
De Masteropleidingen Internationaal en Europees recht, Notarieel recht en Fiscaal recht kennen geen verschillende afstudeerrichtingen en kunnen daarom wel direct aansluitend aan de eerste Master worden gevolgd tegen het lage tarief van € 1.771.
Of de studenten die momenteel al bezig zijn aan een tweede afstudeerrichting ook per 1 september al dit hoge tarief gaan betalen, is nog niet duidelijk. Het College van Bestuur van de universiteit neemt hier binnenkort een besluit over. Voor de meest actuele informatie over de voortgang hieromtrent kan het beste contact op worden genomen met de Centrale Studentenbalie.

Geen harde knip!
Het College van Bestuur van de universiteit wilde dat alle faculteiten de harde knip in zouden voeren. Zowel de studenten als de docenten van onze faculteit zagen de meerwaarde er echter niet van in, waarop het voorstel in de Facultaire Gezamenlijke Vergadering werd weggestemd. Aangezien er dus geen harde knip op onze faculteit is ingevoerd, zal hier verder niet op worden ingegaan.

Vanuit de overheid
De volgende regelingen heeft het kabinet-Rutte in de afgelopen anderhalf jaar bedacht. Hieronder worden zowel de reeds aangenomen regelingen als de regelingen die nog aanhangig zijn bij de Tweede Kamer beschreven. Daarnaast wordt kort uiteengezet in hoeverre de kans aanwezig is dat de nog aanhangige regelingen na de val van het kabinet nog worden ingevoerd.

De langstudeerdersboete
De langstudeerdersboete is een bedrag van € 3.063 dat bovenop het collegegeld moet worden betaald in het vijfde jaar (en verder) van inschrijving in de Bachelor en in het derde jaar (en verder) van inschrijving in de Master. Dit geldt alleen voor de eerste opleiding, bij een eventuele tweede opleiding wordt er geen langstudeerdersboete meer geheven. Het is mogelijk om het collegegeld inclusief de langstudeerdersboete als collegegeldkrediet te lenen bij DUO. De langstudeerdersboete wordt met terugwerkende kracht berekend en gaat dus ook gelden voor huidige studenten.
De langstudeerdersboete is reeds door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen, waarbij in de Eerste Kamer de voorwaarde is gesteld dat de regering met een regeling zou komen voor deeltijdstudenten. Hoewel die regeling er momenteel nog niet is, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze er nog zal komen. Op het moment dat u dit artikel leest, is de zitting van de rechtszaak die door diverse studentenorganisaties samen met advocatenkantoor Stibbe is aangespannen tegen de overheid inzake de langstudeerdersboete reeds geweest. Wat de uitspraak in dit geschil ook zal worden, er dient zeker rekening mee te worden gehouden dat de langstudeerdersboete vanaf 1 september 2012 betaald zal moeten worden.

Wetsvoorstel ‘studeren is investeren’
In het wetsvoorstel ‘studeren is investeren’ zijn – voor zover relevant – de volgende maatregelen opgenomen.

Afschaffing basisbeurs in de Master
De basisbeurs in de Master wordt afgeschaft en vervangen door een sociaal leenstelsel. De aanvullende beurs valt niet onder dit wetsvoorstel, een eventuele aanvullende beurs blijft dan ook uitgekeerd worden tijdens de Master. Aan het woord ‘sociaal’ moet overigens niet teveel waarde worden gehecht: het sociaal leenstelsel heeft geen gunstigere voorwaarden dan de voorwaarden waaronder momenteel reeds geld kan worden geleend bij DUO. Nog altijd is de hoogte van de maandelijkse termijnen gerelateerd aan het inkomen en wordt een eventuele restschuld aan het einde van de terugbetaalperiode kwijtgescholden. Het enige verschil is dat de periode waarover moet worden terugbetaald, wordt verlengd van 15 naar 20 jaar. Dat betekent dat hetzelfde bedrag over meer maandelijkse termijnen verspreid mag worden terugbetaald, waardoor de maandelijkse termijnen naar beneden gaan. Indien het inkomen echter laag is, betekent dit ook dat er vijf jaar langer (inclusief rente) moet worden terugbetaald alvorens de restschuld wordt kwijtgescholden.

Verkorting periode OV-reisrecht
De periode waarin een student recht heeft op een studentenreisproduct wordt verkort, van zeven naar vijf jaar voor een vierjarige opleiding (Bachelor en Master samen). Dit wordt met terugwerkende kracht berekend en gaat dus ook gelden voor huidige studenten.

De status van het wetsvoorstel
De aanvankelijke bedoeling was om het wetsvoorstel op 1 september 2012 in te laten gaan. Na de val van het kabinet-Rutte is het wetsvoorstel ‘studeren is investeren’ echter controversieel verklaard. Daardoor zullen het OV-reisrecht en de basisbeurs in de Master komend jaar in ieder geval nog intact blijven. De huidige standpunten van de politieke partijen geven echter weinig hoop op behoud van de basisbeurs voor Masterstudenten in de verdere toekomst.

Zoals uit deze bijdrage hopelijk is gebleven, zijn er tal van veranderingen die uiteindelijk iedere student zullen dwingen om de studieplanning nog eens kritisch onder de loep te nemen dan wel te herzien. Het loont dan ook zeker om je te verdiepen in de diverse maatregelen, bij twijfel en/of onduidelijkheden zijn er voldoende informatiebronnen op de universiteit aanwezig. Voor informatie over ontwikkelingen op landelijk en universitair niveau is de Centrale Studentenbalie de geschiktste vraagbaak, voor informatie op facultair niveau zijn dit de studieadviseurs. Daarnaast kan iedere student met meningen, tips of klachten ook altijd bij de assessor of de Facultaire Studentenraad terecht via inspraak [at] jur.ru.nl.