Alumnus eerste Bossche advocaat bij Hoge Raad

Marc Janssen
mr. M.A.J.G. Janssen is advocaat bij BANNING N.V. en gastdocent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Op 1 juli jongstleden zijn de aanpassingen op de Advocatenwet, de Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur en het Reglement vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur in werking getreden. Vanaf deze datum zijn het niet alleen advocaten van de Haagse balie die in civiele cassatiezaken bij de Hoge Raad mogen optreden. Marc Janssen, alumnus en gastdocent bij de rechtenfaculteit van de Radboud Universiteit, is 28 augustus 2012 als advocaat bij de Hoge Raad toegelaten. Hiermee is hij de enige cassatieadvocaat in het arrondissement ‘s-Hertogenbosch en één van de eersten buiten Den Haag. In deze bijdrage zal het volgende aan de orde komen: 1. Wat is een cassatieadvocaat, 2. Wat doet een cassatieadvocaat, 3. Historie, 4. Hoe word je cassatieadvocaat, 5. Doel aanpassing regelgeving, 6. Janssen eerste Bossche advocaat bij de Hoge Raad.

1. Wat is een cassatieadvocaat
Een rechtzoekende legt door het instellen van beroep in cassatie bij de Hoge Raad zijn zaak voor aan een college dat op de terreinen waar het rechtsmacht heeft de laatste (nationale) instantie is en dat tot taak heeft te toetsen of de beslissing van de lagere rechter met het in Nederland geldende recht in overeenstemming is en aan de daaraan te stellen eisen van motivering voldoet. In civiele zaken is de vertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad wettelijk verplicht. Zonder een hem vertegenwoordigende cassatieadvocaat kan de rechtzoekende geen beroep in cassatie instellen (of verweer voeren). Een cassatieadvocaat is feitelijk (deels) een advocaat van een andere advocaat, zijn ‘correspondent’. In het algemeen laat een cassatieadvocaat de contacten met de cliënt aan zijn correspondent over. Deze positie bevordert dat hij enige afstand met de cliënt en de zaak behoudt en daarover met enige distantie en meer objectiviteit kan adviseren. Tevens kijkt een cassatieadvocaat met een frisse blik naar de zaak. Dat is bij een zaak die al in twee instanties behandeld is en waarover reeds twee colleges geoordeeld hebben zinvol en nodig. Zo heeft de correspondent in zijn eigen zaak wellicht niet de gewenste resultaten behaald.

2. Wat doet een cassatieadvocaat
Het vak van cassatieadvocaat kan niet aan de universiteit worden geleerd. Cassatieadvocaten moeten veel geduld hebben en werken hele procesdossiers door, beheersen de woord-voor-woord-analyse van de eventueel te bestrijden uitspraak, zijn goed in het opsporen van de relevante rechtspunten of motiveringsgebreken en in het waarderen van de proceskansen en het redigeren van cassatieklachten (en het voeren van verweer). Nederlandse cassatieadvocaten zijn ‘gewone’ advocaten. Over het algemeen oefenen zij niet uitsluitend de cassatiepraktijk uit, maar adviseren ook eigen cliënten, behandelen (appel)procedures en doen derhalve in beginsel alles wat andere advocaten ook doen. De cassatieadvocatuur heeft de reputatie een juridisch-wetenschappelijke cultuur te hebben die uitstijgt boven het gemiddelde niveau van de advocatuur. Een cassatieadvocaat moet aanleg en liefde hebben voor de rechtswetenschappelijke kanten van het vak. Daarbij moet hij goed kunnen lezen en formuleren en over een scherp analytisch vermogen beschikken. In het algemeen heeft een cassatieadvocaat een brede privaatrechtelijke belangstelling en kennis en is enigszins van alle civiel rechterlijke markten thuis. Bovendien zal hij meer dan gemiddelde kennis van het (appel)procesrecht moeten hebben. Ook de cassatieadvocaat is in de eerste plaats een advocaat, wiens eerste doel moet zijn de belangen van de cliënt zo goed mogelijk te behartigen. Een cassatieadvocaat dient enig gewichtM.V. Polak, ‘Zeven, sluizen en incasseren: wat cassatieadvocaten bijdragen aan rechtsvorming door de Hoge Raad’, AA 2005, p. 423-431. toe te kennen aan de overweging dat het niet in het belang van de goede rechtspleging is de Hoge Raad met kansloze cassatieberoepen te overstromen. De Hoge Raad en een cassatieadvocaat hebben gemeen dat hun blik in de eerste plaats wordt bepaald door de strijd om de juiste beslissing van een concrete zaak tussen partijen.

3. Historie van het ambacht
In 1838 werd de Hoge Raad ingesteld en de cassatieprocedure ingevoerd. Men behield voor die procedure vooralsnog het stelsel van de dubbele rechtsbijstand door advocaten en procureurs. De procureur was procesvertegenwoordiger en ondertekenaar van processtukken en de advocaat juridisch raadsman en pleitbezorger. In de cassatieprocedure traden aldus naast advocaten ook procureurs bij de Hoge Raad op, totdatC.D. van Boeschoten, ‘De advocatuur bij de Hoge Raad’, in: J. van Soest (red.), De Hoge Raad der Nederlanden 1838-1988: een portret, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1988, p. 235 e.v. in 1876 in de civiele cassatieprocedure de procesvertegenwoordiging in handen van de advocaten bij de Hoge Raad werd gesteld en in 1879 de verschillen tussen advocaten en procureurs voor de overige rechtspleging in zoverre werden uitgewist dat de procureurs voortaan konden doen wat de advocaten deden. Per 1 maart 2008 is het procuraat in zijn geheel afgeschaft. Tot en met 1 juli jongstleden bepaalde de Advocatenwet dat de in het arrondissement ’s-Gravenhage ingeschreven advocaten tevens advocaat bij de Hoge Raad zijn. De wettelijke regeling bracht mede dat alle advocaten in het arrondissement van de Haagse rechtbank advocaat bij de Hoge Raad konden zijn en partijen in een civiele cassatieprocedure konden vertegenwoordigen. Cassatieadvocaten behoefden tot 1 juli jongstleden bovendien niet aan specifieke eisen te voldoen. Voor die tijd leerden advocaten het vak op één van de advocatenkantoren.

4. Hoe word je cassatieadvocaat
Vanaf 1 juli jongstleden kan iedere advocaat met een stageverklaring die op het tableau in Nederland is ingeschreven zich kwalificeren als civiel cassatieadvocaat bij de Hoge Raad. Kennis en inzicht in zowel het materiële recht als het procesrecht en voldoende ervaring zijn noodzakelijk. Om als (voorlopig) advocaat bij de Hoge Raad ingeschreven te kunnen worden, dienen alle – ook de Haagse – advocaten voortaan te voldoen aan additionele vakbekwaamheids-, studie- en ervaringseisen. Naast een mondeling examen dat met name de theoretische proces- en cassatierechtkennis toetst, dienen jaarlijks tien opleidingspunten op het gebied van de civiele cassatie te worden behaald. Wordt aan die eisen voldaan, dan volgt voorlopige inschrijving. De aantekening ‘voorlopig’ vervalt bij een succesvolle proeve van bekwaamheid, die kan worden afgelegd indien voldaan is aan het ‘tienpuntenvereiste’, alsmede aan de zogenoemde vliegureneis: in de drie jaren voorafgaande aan het verzoek tot inschrijving heeft de advocaat ten minste twaalf civiele cassatiezaken gedaan waarvan ten minste de helft tot een – inhoudelijke – beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid. Voor de advocaten die op 1 juli jongstleden in het arrondissement ’s-Gravenhage kantoor houden, is ter zake een overgangstermijn (van drie jaar) opgenomen.

5. Doel aanpassing regelgeving
Naast de verandering dat vanaf 1 juli jongstleden niet alleen Haagse advocaten in civiele cassatiezaken bij de Hoge Raad mogen optreden, is dus ook nieuw dat voortaan uitsluitend gekwalificeerde advocaten bij de Hoge Raad kunnen optreden. Het doel van het stellen van toelatingeisen aan het mogen optreden als cassatieadvocaat is kwaliteitsverhogingHoopvol gestemd zijn onder meer K. Teuben, ‘Kroniek cassatie’, TCR 2012-3, p. 102-106 en R.J.C. Flachs, ‘Eindelijk ook een afzonderlijke cassatiebalie in Nederland’, KwartaalSignaal 124, p. 6997.. Dat leidt enerzijds – mogelijk – tot een beperking van het aantal gekwalificeerde cassatieadvocaten voor zover gevestigd in het Haagse arrondissement en anderzijds tot een uitbreidingM. Veenboer, ‘Orde: iedereen welkom op de Haagse Kazernestraat’, Advocatenblad 2012-9, p. 12., doordat advocaten van buiten Den Haag zich eveneens kunnen kwalificeren.

6. Marc Janssen eerste Bossche advocaat bij de Hoge Raad
Zoals hierboven beschreven, is Marc Janssen thans de eerste en de enige benoemde cassatieadvocaat in het arrondissement ‘s-Hertogenbosch en één van de eersten buiten Den Haag. Marc Janssen is partner (van het Wetenschappelijk Bureau) bij BANNING, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam, gastdocent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit van Tilburg en arbiter bij het Nederlands Arbitrage Instituut. Zijn praktijk ligt op het gebied van het algemeen (nationaal en internationaal) vermogensrecht, insolventierecht en burgerlijk procesrecht. Adviseren en indien nodig procederen op deze rechtsgebieden is zijn specialiteit. Zijn benoeming als cassatieadvocaat maakt dat Marc met zijn team van het Wetenschappelijk Bureau zijn advies- en procespraktijk verder kan uitbouwen.