De kunst van het onderzoek

Etzel van Dooren
mr. E.A. van Dooren is als promovendus verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mij wordt vaak gevraagd waarom ik ben gaan promoveren. Men snapt deze keuze dan niet (“Kon je geen echte baan vinden?”), maar veelal weten mensen ook niet wat het inhoudt om te promoveren (“Wat doe je precies de hele dag?”). Ik kan kort zijn over de reden waarom ik ben gaan promoveren. Ik vond het schrijven van mijn scriptie leuk, onderzoek doen leek me een uitdaging en het belangrijkste argument; als je het niet meteen na je studie doet, doe je het waarschijnlijk nooit meer.

Lang voordat ik ging studeren wist ik al zeker dat ik de advocatuur in wilde. Niet om mensen te helpen of om de wereld beter te maken. Ik wilde competitie tegen andere advocaten, ik wilde pleiten in een rechtszaal en ik wilde beter zijn dan anderen. En het mooie aan promoveren is; deze ambitie bestaat voor mij nog steeds. Het promoveren is zelfs de beste manier om aan mijn laatste doelstelling te voldoen. Waarom ik ben gaan promoveren? Omdat promoveren maar een paar jaar duurt en ik die kans waarschijnlijk nooit meer krijg. En als ik het echt niet leuk zou vinden? Dan zou ik ontslag nemen. Simpel.

Vrijheid
Ik ben nu ongeveer een jaar verder en heb geen ontslag genomen. Waarom? Ik vind het werk leuker dan ik vooraf had gedacht. Net als bij iedere baan heb je onderdelen die leuker en minder leuk (soms zelfs vervelend) zijn. Ook ik heb dagen waarbij ik vooraf al weet dat ik niet leuk ga vinden wat ik moet doen. Makkelijkste voorbeeld: in een paar dagen tijd vijfhonderd tentamens nakijken. Dit is niet afwisselend, de antwoorden zijn vaak moeilijk te lezen en er zit geen enkel creatief aspect aan. Kwestie van verstand op nul, grote kop koffie erbij en uren draaien. En ik ben nog nooit zo gemotiveerd geweest om daarna weer aan mijn onderzoek te beginnen.

Maar waarom is het doen van onderzoek dan zo interessant? De belangrijkste reden is dat het je eigen onderzoek is, met je eigen vragen. Je bent vrij om zelf een onderwerp te kiezen en er wordt je niet verteld wat je moet doen. Een andere reden is dat je de mogelijkheid hebt om echt de diepte in te gaan. Je komt alles te weten over een bepaald onderwerp. Bovendien ben je niet gebonden aan kleinigheden als ‘de werkelijkheid’. Je hoeft niet te wachten tot er een keer een spannende zaak voorbij komt om aan te werken, dat verzin je gewoon zelf. Laat je creativiteit de vrije loop. En tot slot: je kan zeggen dat alles anders moet. Je bent niet beperkt tot het uitleggen van de wet zoals deze nu is, je kan ook nadenken over hoe de wet zou moeten zijn. Jij hebt onderzoek gedaan, jij hebt fouten gezien en jij hebt de oplossing voor deze problemen.

Vooroordelen
Toch bestaan er veel vooroordelen over het promoveren. De belangrijkste zijn dat het eenzaam werk is en zonder glamour (de standaardopmerkingen over nerds met brillen laat ik even buiten beschouwing). Eerstgenoemde vooroordeel is helaas niet waar. Was het maar wat vaker eenzamer. Het daadwerkelijk ‘promoveren’ is namelijk maar een gedeelte van het werk. Wat dacht je van het geven van onderwijs aan studenten, begeleiden van scripties, het bijhouden van literatuur en jurisprudentie, coördinatie van vakken en het geven of volgen van cursussen. Ik verlang soms naar die ‘eenzame’ dagen dat je echt door kan werken aan je onderzoek, maar ik ben bang dat die schaars zijn. Als ik zeg dat ik er één in de week heb, overdrijf ik al.

Ten aanzien van het tweede vooroordeel moet ik wel toegeven dat het klopt. Er is helaas geen ‘jonge balie’ voor promovendi, ook is er geen jaarlijks promovendicongres en ook geen buitenlandreis. You win some, you lose some. Aan de andere kant kan ik dan wel weer een half jaar naar het buitenland om daar rechtsvergelijkend onderzoek te doen.

Voordelen
Een promotieonderzoek kent ook vele voordelen ten opzichte van ‘de praktijk’. Zoals hierboven al aangegeven, mag je zelf het onderwerp van je onderzoek bepalen. Daarnaast heb je alle vrijheid voor het indelen van de tijd om dit onderzoek te doen. Maar bijvoorbeeld ook wáár je het onderzoek wil doet. Als jij pas om elf uur ’s ochtends wil beginnen en je dan liever thuis werkt, moet je dat vooral doen. Het maakt zelfs niet uit of je midden in de nacht bovenop de Waalbrug gaat zitten met je laptop. Belangrijk is wat voor jou het prettigst werkt, zolang het onderzoek maar afkomt.

Je bent ook niet gebonden aan het draaien van een bepaald aantal declarabele uren. Dit geeft je de mogelijkheid om ook eens met andere promovendi langere tijd te overleggen over een bepaalde vraag waar je niet goed uitkomt. Daarbij stelt dit je in staat om ‘nutteloos onderzoek’ te doen. Onderzoek dat je later helemaal niet terugziet in een proefschrift, maar dat wel nodig is om uiteindelijk tot het goede antwoord te komen. Het mooie aan onderzoek is namelijk dat het niet in één keer perfect kan. Het is best mogelijk dat je een volle dag hebt gewerkt, maar dat je uiteindelijk slechts twee regels hebt geschreven. Dat maakt niet uit, soms moet je nou eenmaal eerst een fout maken voordat je weet hoe je het goed kan doen.

Tot slot hetgeen dat ik zelf het leukste vind aan het doen van onderzoek. Het feit dat je op jonge leeftijd op het allerhoogste niveau mee doet in de juridische wereld; je speelt mee in de champions league. Mensen komen naar jou toe om jouw mening te vragen. Je bent in staat om mensen met vijfendertig jaar ervaring te adviseren over vraagstukken uit hun werk. Natuurlijk ben je slechts gespecialiseerd in één onderwerp, maar Usain Bolt doet ook niet mee aan het kogelstoten.

Specialist
Vanzelfsprekend is promoveren niet voor iedereen weggelegd. Je hoeft absoluut geen 9 gemiddeld te staan, maar het is wel de bedoeling dat je enig wetenschappelijk niveau bezit. Daarnaast moet je in verband met de eerdergenoemde vrijheid ook over zelfdiscipline beschikken. Tot slot is het nodig om een lange termijn visie te hebben. Promoveren duurt ongeveer vier jaar en je legt je dus toe op een project waar je pas na een langere tijd de vruchten van plukt. Maar als je eenmaal zover bent, heb je wel iets bijzonders gepresteerd en ben je op dat moment de absolute specialist van Nederland.

Wat ik daarentegen jammer vind als een onderzoek eenmaal af is, is dat de praktijk er te weinig mee doet. Natuurlijk vindt zo’n onderzoek uiteindelijk zijn weg wel via de rechtspraak of wetgeving. Maar het verbaast mij dat er niet meer mee wordt gedaan. Naar mijn mening liggen hier zeker twee grote mogelijkheden. In de eerste plaats vind ik het opmerkelijk dat ondanks dat de overheid veel geld besteed aan het mogelijk maken van onderzoek, ze hier niet de vruchten van plukt. In een proefschrift worden vaak aanbevelingen gedaan voor aanpassingen in de wetgeving. Ik begrijp dat de wetgever niet snel geneigd zal zijn om het hele systeem van een wet direct te wijzigen, maar veel van die genoemde aanpassingen hebben betrekking op het verduidelijken en verbeteren van bestaande wetgeving. Dit zijn makkelijke aanpassingen die geen ingewikkelde consultatierondes nodig hebben.

Daarnaast lijkt het mij een goed idee voor advocatenkantoren om promovendi meer te betrekken bij lopende zaken. Een promovendus is zeer gespecialiseerd in een bepaald onderwerp, heeft uitgebreid literatuuronderzoek gedaan, bezit zeer veel voorkennis en werkt naar alle waarschijnlijkheid ook nog eens goedkoper dan een advocaat-stagiaire. Kortom: je krijgt beter werk en het kost de cliënt minder.

Conclusie
Promoveren is niet iets dat iedereen even leuk zal vinden of goed zal liggen. Maar voor mensen die bereid zijn om écht diep in een onderwerp te duiken en die zich graag willen specialiseren is dit het beste wat je kan doen. Dit is de kans om de beste van Nederland te worden op een onderwerp dat je zelf hebt gekozen. En belangrijker: als je het na je studie niet meteen doet, doe je het waarschijnlijk nooit meer. In het ergste geval hou je ermee op en dat is iets dat je bij je eerstvolgende sollicitatie prima kan uitleggen. Want wie wil er nou de wetenschap in, dat is toch alleen voor nerds?