Een pleidooi voor het pleidooi

Sanne Lentz
mw. S.J. Lentz, BHRM, LL.B is masterstudent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Een wezenlijk onderdeel van de rechtenstudie is de ontwikkeling van de schriftelijke en mondelinge vaardigheden van de student. Hier denkt men over het algemeen niet aan bij de studie rechtsgeleerdheid. Voor een fatsoenlijke mondelinge toelichting op een vraag of een vlammend pleidooi, is goed gereedschap nodig. Taal is het belangrijkste gereedschap voor een jurist. Sterker, recht is taal.

Kommaneuker
Eigenlijk is iedere jurist diep van binnen hetzelfde als professor Nuytinck, namelijk – zoals hij het zelf omschrijft – een ‘kommaneuker’. Een jurist dient een vraagstuk te analyseren, wetten en jurisprudentie te interpreteren en vervolgens alles om te zetten in een helder juridisch – schriftelijk of mondeling – betoog. De uitspraak ‘kennis is macht’ gaat zeker niet altijd op. Niet alleen voor advocaten, maar ook niet voor andere beroepsgroepen. Want wat als je de kennis bezit, maar de vaardigheden mist om deze kennis om te zetten in een goed verhaal naar je cliënten toe of in een wervelend pleidooi in de rechtszaal? Veel kennis hebben, maar niet beschikken over het juiste gereedschap, maakt het winnen van een zaak voor je cliënten een onmogelijke opgave. Immers, wat is de beste timmerman van Nederland zonder stevige hamer?

Alle juristen
Niet alleen advocaten dienen over goede taal- en pleitvaardigheden te beschikken. Ook andere juristen dienen deze vaardigheden te beheersen. Bij zowel strafrechtelijke procedures als administratiefrechtelijke procedures vindt (altijd) een mondelinge behandeling plaats. In het civiele recht wordt daarentegen nog maar in twee procent van de zaken een pleidooi gehouden. Niet alleen voor advocaten zijn taal- en pleitvaardigheid van belang. Ook de bedrijfsjurist die een overheidsfunctie of adviesfunctie vervult, dient een ander te overtuigen door zijn woordkeuze en het goed formuleren van argumenten. Een jurist die werkzaam is bij de juridische afdeling van een gemeente, zal aan het college van burgemeester en wethouders regelmatig een mondelinge uiteenzetting moeten geven over de juridische aspecten van bepaalde beleidsvoornemens. Zijn betoog moet helder, steekhoudend en overtuigend zijn. Kortom: juristen moeten kunnen pleiten, ongeacht in welk beroep of in welke functie ze uiteindelijk werkzaam zijn.

Geschiedenis van het pleidooi
De klassieke kunst van het pleiten, de retorica, ontstond vanaf de vijfde eeuw voor Christus in Athene. Het ontstond door vergaande democratisering van politiek en rechtspraak. De rechtspraak vond in het openbaar plaats. Burgers konden elkaar aanklagen en moesten zich verdedigen voor een ‘rechtbank’ die uit zeer veel mensen bestond. Iedere burger had daarom een groot persoonlijk belang bij het goed kunnen spreken in het openbaar. Welsprekende personen konden gemakkelijk macht en aanzien verwerven. Degenen die niet goed konden pleiten liepen het gevaar lijf en goed te verliezen of uit Athene te worden verbannen. Er was door deze situatie behoefte aan scholing in retorische vaardigheden. Sofisten voorzagen in deze behoefte door in het openbaar demonstraties te geven van hun retorische kunst. Ook verschaften zij tegen betaling retorische adviezen, die werden vastgelegd in zogenaamde technai. In de hoogtijdagen van de Romeinse republiek werd de retorica door Cicero en zijn volgeling Quintilianus tot een systeem uitgebouwd. Welsprekendheid (eloquentia) werd een ideaal, een manier van leven. De centrale gedachte van de retorica was dat de succesvolle spreker zich moest laten leiden door de kenmerken van zijn publiek. Hoe beter een spreker zijn publiek kende, des te overtuigender het betoog kon worden. Aristoteles heeft het in dit verband over het gewicht van de doxa, ofwel de heersende mening; de opvattingen van de meeste of de verstandigste mensen in de gemeenschap.

Het moderne pleidooi
De moderne kunst van het pleidooi lijkt op de klassieke. Veel technisch advies met betrekking tot het pleidooi waarover Aristoteles, Cicero en Quintilianus schreven, is nog steeds – zij het met enkele aanpassingen – bruikbaar. Echter, ten opzichte van de klassieke pleitretoriek heeft zich een fundamentele verandering voorgedaan in de moderne praktijk. Vroeger werd tijdens het proces voornamelijk gebruik gemaakt van mondelinge communicatie, en werden er weinig schriftelijke bewijsstukken ingebracht. Dit in tegenstelling tot de huidige (civiele) procedures, waar hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van schriftelijke communicatie. Er wordt gebruik gemaakt van wetteksten, jurisprudentieverzamelingen, commentaren van rechtsgeleerden, maar ook van geschreven pleitnota’s en andere zogeheten producties die worden opgenomen in een dossier. Deze wending van het gesproken naar het geschreven woord heeft de mogelijkheden voor het gebruik van retorische technieken beïnvloed. Toch blijken er nog zeer grote overeenkomsten te zijn tussen de klassieke en moderne retorica. Redeneren op basis van waarschijnlijkheden blijft kenmerkend voor het juridische debat en nog steeds moet een advocaat ervoor zorgen dat zijn cliënt (en hijzelf) in de ogen van het oordelende publiek een goede ethos, een positief imago, bezit.

Mondeling presentatie
Tijdens de bachelorfase van de Nijmeegse rechtenstudie vindt ieder jaar één oefenrechtbank plaats, waarbij de student zijn presentatievaardigheden en schriftelijke vaardigheden kan oefenen en verbeteren. Deze oefenrechtbanken vormen een rode draad tijdens de studie. Voor de meeste studenten geldt dat zij geregeld symptomen van plankenkoorts vertonen. Dit is niet zo gek, want vrijwel iedereen die in het openbaar optreedt heeft hier last van. Toon Hermans schijnt ooit gezegd te hebben: “Als ik geen plankenkoorts meer heb, dan stop ik met mijn vak”. Zenuwachtig zijn voordat je gaat pleiten is noodzakelijk om je te focussen. Iemand die geen spanning ervaart zal snel overkomen als nonchalant. Waarom pleiten dan toch zoveel mensen, als ze zo zenuwachtig zijn en zaken ook schriftelijk behandeld kunnen worden? Allereerst vormt een pleidooi een gelegenheid om de oordeelsvorming van de rechter te beïnvloeden. Verder is een mondelinge presentatie vaak korter dan een uiteenzetting op papier; het is dikwijls minder gedetailleerd en daarom over het algemeen eenvoudiger te volgen. Veel juristen hebben hier moeite mee omdat ze geen enkel aspect onbesproken willen laten. Het is juist de kunst van het pleidooi om alles te benoemen, geen enkel aspect onbesproken te laten en tóch bondig te zijn.

Tips and tricks
In de Phardrus stelt Plato terecht dat de geschreven taal zowel gif als geneesmiddel is. Het schrift is een geneesmiddel, omdat het ons helpt zaken vast te leggen die we anders zouden vergeten. Tegelijk is het een gif, want het tast ons geheugen aan. Tegenwoordig wordt door advocaten steeds meer van papier gesproken. Er wordt daardoor minder oogcontact gemaakt en minder van lichaamstaal gebruik gemaakt. Dit is zonde, want lichaamstaal kan veel toegevoegde waarde hebben in het pleidooi. Dit maakte Quintilianus ook al duidelijk aan zijn leerlingen: “Een succesvol betoog staat of valt met een gedegen voorbereiding op het pleidooi.” Voorbereiden kan door het uitschrijven van het pleidooi, of het gebruikmaken van steekwoorden op systeemkaarten of sheets. De voor het betoog cruciale tekstfragmenten, bijvoorbeeld uit wetten, gerechtelijke uitspraken of getuigenverklaringen, kan je in zijn geheel overschrijven en voorlezen. Als sluitstuk op de voorbereiding is een goede oefening, voor bijvoorbeeld een familielid, onontbeerlijk. Een andere mogelijkheid is het opnemen van het pleidooi met een dictafoon. Dit is een manier die de Friese advocatenbroers Anker ook gebruiken. Door een goede voorbereiding zullen de zenuwen waarschijnlijk minder erg zijn. Hierdoor is het pleidooi makkelijker voor te dragen zijn zonder het voor te lezen, en zal een betere indruk achter gelaten worden. Je kunt de rechter tijdens het pleidooi immers aankijken, en hem beter overtuigen door het gebruik van lichaamstaal.

Een pleidooi voor het pleidooi
De kunst van het opzetten en houden van een pleidooi is moeilijk, maar dat is fietsen ook. Als je als kind anderen ziet fietsen en je moet dit zelf proberen, kan je je niet voorstellen dat je met een frame en twee wielen vooruit komt. Daarom fiets je eerst met zijwielen. Als dit lukt ga je proberen te fietsen zonder zijwielen. Door het te proberen en te oefenen zie je dat het steeds beter gaat. Zo werkt het ook met pleiten. Als je een Anker of Spong ziet pleiten en je moet zelf voor de eerste keer tijdens een oefenrechtbank pleiten, kan het voelen alsof je het kind bent dat moet leren fietsen zonder zijwieltjes. Maar: je hebt ook kunnen leren fietsen, en ook Anker en Spong hebben moeten leren pleiten (en ik neem maar even aan dat zij ook hebben leren fietsen). Door vaak te spreken en na te denken over hoe het gaat, over wat werkt en wat niet werkt, zal je zien dat pleiten een uitdaging wordt waar je veel van jezelf in kwijt kunt. Door te pleiten leer je enorm veel.

Ondergewaardeerd
Het pleidooi is helaas een ondergewaardeerd wapen van de juristen en advocaten. Goed pleiten gaat niet vanzelf. Naast een stuk talent, geldt ook bij deze vaardigheid: oefening baart kunst. Dit stelt ook Joannes van der Linden. Hij schreef begin negentiende eeuw een boek over de kunst van het pleiten. Het is weliswaar verouderd, maar in de kern is zijn betoog over het pleidooi nog steeds hetzelfde: “Dewijl derhalven ten aanzien der wijze van verdeeling geene vaste regels zijn optegeven, zoo met het gevoel van smaak alles afdoen, doch dit moet aangeboren zijn, en ieders gezond verstand wijst hem den weg aan, dien hij, om eene oplettende aandacht van zijnen hoorder te mogen verwagten, inteslaan en te bewandelen heeft. […] Gezond verstand en goed oordeel regelen die greep, en langzaamerhand verkrijgt men, als zonder moeite, den tact, om de stoffe van zijn voordragt in dier voege te verdeelen, welke best geschikt is, om een duidelijk en bevallig pleidooij te voorschijn te brengen. Hoe meer men de praktijk beoeffent, hoe gemakkelijker het wordt zich tot die verdeeling te bepalen, wat door het doel des Pleiters best bereikt wordt.”

Conclusie
Hoe je het ook wendt of keert: presentatievaardigheden zijn voor een rechtenstudent onontbeerlijk. Om hier goed in te worden is oefenen het belangrijkste. Door bijvoorbeeld lid te worden van een pleitgenootschap of deel te nemen aan pleitwedstrijden zal je merken dat je steeds beter wordt. Als je dit merkt wordt het steeds leuker om te pleiten en begin je lol te krijgen in het gebruiken van het belangrijkste gereedschap van de jurist: taal.