Het leven van een raio

Yesen Cenik
mw. mr. Y. Cenik is rechterlijk ambtenaar in opleiding.

In de tweede helft van mijn master Nederlands Recht heb ik gesolliciteerd voor de raio-opleiding. Hoewel ik tijdens mijn studie dacht dat ik na het afstuderen advocaat wilde worden, heeft mijn bijbaan als buitengriffier bij de sector kanton van de rechtbank mij duidelijk gemaakt waar daadwerkelijk mijn passie ligt: het rechterschap! Na een succesvolle sollicitatie ben ik in april 2010 begonnen met de raio-opleiding. Wat voor opleiding is dat? Wat doet een raio zoal? Hoe is de werkdruk?

Als raio ben je in dienst van de SSR, het Studiecentrum Rechtspleging. Je wordt door de SSR geplaatst bij een rechtbank. De raio-opleiding wordt momenteel aangepast, zowel qua werving en selectie als qua opleiding. Den Tonkelaar schrijft daarover elders in dit blad. De plannen daarvoor zijn in ontwikkeling en de verwachting is dat medio 2013 de plannen in de praktijk zullen worden gebracht. De ‘nieuwe’ raio-opleiding geldt uiteraard alleen voor de nieuwkomers. Mijn opleiding bestaat uit zes maanden strafstage op de rechtbank, tien maanden stage bij de afdeling civiel, tien maanden bestuursstage, om daarna twaalf maanden bij het Openbaar Ministerie werkzaam te zijn als plaatsvervangend officier van justitie. Vervolgens dien ik te kiezen: wil ik verder als rechter of als officier van justitie, oftewel, wil ik zitten of staan? Afhankelijk van de keuze ga je tien maanden verdiepen bij de rechtbank of bij het Openbaar Ministerie. Daarna heb je nog de buitenstage van twee jaar. Die vindt meestal plaats op een advocatenkantoor waar je als advocaat aan de slag gaat. Als raio kun je op de buitenstage ‘korting’ krijgen als je relevante werkervaring (na het afstuderen) hebt. Aan het einde van de rit heb je eigenlijk alles gedaan: je bent griffier geweest, rechter (als voorzitter bij een meervoudige kamer), officier van justitie en advocaat!

Hoewel je als raio in opleiding bent, betekent dat niet dat je nog in de studieboeken aan het zwoegen bent. Je bent fulltime aan het werk en met name aan het begin van elke stage heb je cursussen. Anders dan bij de advocatenopleiding, leg je geen tentamens af en hoef je geen studiepunten te halen. Dat je in opleiding bent, merk je wat mij betreft vooral omdat je beoordeeld wordt aan het einde van elke stageperiode. Bij elke stageonderdeel heb je een of meerdere opleiders. Tijdens de strafstage ben je vooral griffierswerkzaamheden aan het doen. Als raio griffier je bij politierechterzittingen. Na enige tijd griffier je bij meervoudige-kamerzittingen waarbij je conceptuitspraken schrijft. Ik heb mijn strafstage als zeer leerzaam en leuk ervaren. Ik heb verschillende soorten zaken op zitting gehad als griffier bij een meervoudige-kamerzitting, van een veelpleger tot een poging moord. Tijdens het raadkameren met de rechters krijg je als (raio-)griffier als eerste het woord: is er wettig en overtuigend bewijs? Gaat het om een strafbaar feit en om een strafbare dader? Wat voor straf en/of maatregel dient er wat jou betreft te worden opgelegd? In het begin is dat wel wennen. Ik was niet strafrechtelijk afgestudeerd en ik had voor het laatst ongeveer drie jaar terug strafrecht gehad op de universiteit. En in de praktijk is het toch ook anders! Je merkt echter dat je in een korte tijd ongelofelijk veel leert. Waar ik veel aan heb gehad waren de Tekst en Commentaarbundels van Strafrecht en Strafvordering. Die zijn niet te missen. Wat ik van het raadkameren leuk vond om te zien, is dat je uiteindelijk door overleg tot één beslissing komt en het is dan vervolgens aan jou als griffier om een conceptuitspraak te schrijven. Een uitdaging was dat steeds maar weer! Ik heb mijn strafstage ook als druk ervaren. Aan de ene kant ben je namelijk bezig met het schrijven van conceptuitspraken en aan de andere kant ben je al weer de volgende zitting aan het voorbereiden. De tijd vliegt in ieder geval wel voorbij.

De civiele stage is anders dan de strafstage. Daar verricht je rechterswerkzaamheden. Je doet dan zelf zittingen (comparities en getuigenverhoren). Dit gebeurt onder verantwoordelijkheid van de rechter die ook in de zittingszaal aanwezig is. Dat is meestal je opleider, maar dat hoeft niet. De rechter zit vaak naast jou aan tafel, maar een aantal rechters kiest er ook voor om achterin de zaal te zitten. Net zoals bij mijn strafstage, waar ik met verschillende rechters zittingen heb gedaan (als griffier), heb ik ook tijdens mijn civiele stage onder verantwoordelijkheid van verschillende rechters zittingen gedaan. Dat vond ik wel fijn, omdat je dan verschillende stijlen ziet. De ene rechter pakt het toch iets anders aan dan de andere. Na de zitting bespreek je het verloop van de zitting met de rechter. Wat heb je goed gedaan? Wat kon beter? Zo ontwikkel je jezelf en merk je – als het goed is – dat je steeds beter wordt in het doen van een zitting. Je moet wel sterk in je schoenen staan. Je vertelt aan het begin van de zitting dat je onder verantwoordelijkheid van de rechter de zitting doet, omdat je zelf nog in opleiding bent. Er zijn dan wel eens advocaten die dat gehoord hebbende, je onderuit proberen te halen, zeker als je ook nog jong bent. Juist bij zo’n zitting moet je als raio laten zien dat jij als rechter (in opleiding) de regie hebt. Na de zitting schrijf je vervolgens – als dat nodig is – een conceptuitspraak. Zo train je ook weer je schrijfvaardigheid.

De bestuurstage is vergelijkbaar met de civiele stage. Ook hier verricht je rechterswerkzaamheden. Tijdens mijn studie vond ik bestuursrecht vrij saai. Terwijl ik voor deze stage dacht hoe ik de tien maanden zou gaan overleven, vond ik bestuursrecht in de praktijk een erg interessant rechtsgebied. In het sociale zekerheidsrecht krijg je zaken zoals van een werknemer die vindt dat hij wel recht heeft op WW-uitkering. Het bestuursorgaan heeft de uitkering geweigerd en ook in bezwaar dat standpunt gehandhaafd. Als rechter toets je dan of het bestuursorgaan terecht tot de conclusie is gekomen dat deze werknemer geen recht heeft op een WW-uitkering. Je krijgt in het bestuursrecht met veel verschillende wetten te maken. Soms kom je in een zaak tot de conclusie dat kennelijk ook op een gebied waar je dat niet verwachtte, regelgeving bestaat. Van dat uitzoeken moet je wel houden!

De stage bij het Openbaar Ministerie is anders dan bij de rechtbank. Allereerst omdat je wordt beëdigd tot plaatsvervangend officier van justitie, zodat je zelfstandig zittingen kunt doen. Er is geen opleider meer die tijdens de zitting naast je zit of achterin de zaal aanwezig is, omdat je onder zijn verantwoordelijkheid de zitting zou moeten doen. Die zelfstandigheid is heerlijk! Je begint bij deze stage vaak met een politierechterzitting waar ongeveer tien tot twintig zaken op staan, van een simpele diefstal tot openlijke geweldpleging. Ook doe je in het begin vaak kantonrechterzittingen. Bij de voorbereiding van een zitting beantwoord je voor jezelf de voor- en hoofdvragen uit (de artikelen 348 en 350 van) het Wetboek van Strafvordering. De vraag wat voor straf en/of maatregel je gaat eisen, is in het begin wel een lastige. Je hebt totaal geen ervaring (ik althans niet) en je hebt niet echt een houvast (behalve als er richtlijnen bestaan). De maximumstraffen die in het Wetboek van Strafrecht staan op strafbare feiten, zoals voor diefstal vier jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie, eis je niet. Iemand die bijvoorbeeld voor het eerst met politie en justitie in aanmerking komt omdat hij een blikje cola heeft gestolen, krijgt van de rechter meestal een geldboete van een paar honderd euro, afhankelijk ook van zijn persoonlijke omstandigheden. De eerste paar zittingen die je voorbereidt, overleg je met je opleider of een andere officier voor onder andere de strafmaat. Naarmate je meer zittingen doet, krijg je ook meer inzicht in de straffen die je kunt eisen. Een werkdag bij het Openbaar Ministerie is totaal anders dan bij de rechtbank. Je hebt namelijk ook veel contact met de politie. Als je bijvoorbeeld op de weekdienst zit (tegenwoordig heet dat ‘ZSM/Frontoffice’), dan krijg je telefoontjes van de politie met verschillende vragen. Een voorbeeld: een winkeldief die de vorige keer zonder te betalen de winkel heeft verlaten staat nu weer in de winkel en hij wordt door het winkelpersoneel herkend. De vraag die je dan krijgt is of je als officier toestemming geeft om deze verdachte buiten heterdaad aan te laten houden. Je moet dan goed doorvragen en voor jezelf bepalen of aan de voorwaarden is voldaan voor een aanhouding buiten heterdaad. Je moet je realiseren dat jouw beslissing verstrekkende gevolgen heeft voor zo’n persoon. Je hebt veel parate kennis nodig als officier van justitie. Het voorbeeld dat ik zojuist heb gegeven is vrij eenvoudig. Je hebt uiteraard ook lastige gevallen waarbij je als officier goed moet doorvragen aan de politie om een duidelijk beeld te krijgen van hetgeen is gebeurd. Terwijl je (soms) snel beslissingen moet nemen als officier, moet je niet vergeten dat dit met de nodige zorgvuldigheid dient te gebeuren.

Ik loop nu nog stage bij het Openbaar Ministerie en ik moet straks kiezen: wil ik verder als officier van justitie of als rechter? Dit vind ik wel een lastige keuze, omdat ik zowel het werk van de officier als dat van de rechter leuk vind. Tot slot nog het volgende. De raio-opleiding is een hele goede en leerzame opleiding. Het is alleen wel jammer dat studenten straks niet gelijk na het afstuderen voor deze opleiding kunnen solliciteren, omdat je werkervaring (na het afstuderen) dient te hebben. Ik zou als raio zeggen: als je het echt wilt, solliciteer dan vooral voor deze opleiding!