Een snelle blik in de Duitse collegezaal

Anne-Marie van Dijk
mw. A.M.E. van Dijk, LL.B is masterstudent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Afgelopen semester heb ik een half jaar aan de Wilhelms Universiteit te Münster gestudeerd. Ik zou uiteraard een lang verhaal kunnen schrijven over een geweldig sociaal leven, de heerlijke Duitse keuken of de culturele aspecten die bij een uitwisseling komen kijken. Dit doe ik echter niet. Ik zou graag enige opvallende verschillen op het gebied van onderwijs en de kijk op het recht met u willen delen, die ik als Nederlandse student in Duitsland ervaren heb.

Theoretisch
Ik zal deze vergelijking voornamelijk geven aan de hand van het vak Allgemeiner Teil des Bürglichen Gesetzbuches oftewel ‘BGB AT’, omdat dit vak door de Duitse studenten wordt ervaren als het pittigste en belangrijke vak van de hele opleidingAlle informatie in dit artikel is gebaseerd op ervaring en op gesprekken met medestudenten en professoren. . Het allereerste wat mij tijdens de Duitse colleges opviel, is dat de gehele Duitse opleiding veel theoretischer is dan de Nederlandse opleidingDe opleiding tot Volljurist bestaat in Duitsland uit twee delen. Het eerste deel is aan de universiteit. Daarna volgt een eerste staatsexamen. Het tweede deel is een tweejarige praktijkopleiding met steeds wisselende stages. Daarna volgt een tweede staatsexamen. Wanneer ik in dit artikel over 'opleiding' spreek, bedoel ik het gedeelte aan de universiteit, tenzij ik anders aangeef.. Het eerste college BGB AT dat ik samen volgde met enkele honderden andere eerstejaars studenten, was dan ook op het eerste zicht een schok voor mij. Niet omdat de inhoud of het taalgebruik zo moeilijk was, maar omdat van eerstejaars een kijk op het recht wordt verwacht, die wij wellicht (en ook nog niet eens altijd) in onze masterfase leren. Een student dient een leerstuk in het recht van allerlei kanten te bekijken en mag dan ook niet zomaar de heersende leer adopteren. Hoewel de mening van de betreffende professor die het vak geeft de belangrijkste is, komt een student op het tentamen er niet onderuit om ook de meningen van andere autoriteiten te noemen en te beargumenteren waarom deze mening in de betreffende casus wel of juist niet van toepassing is. Een Duitse student vertelde mij dat men bij de Duitse opleiding niet wordt opgeleid tot advocaat of bedrijfsjurist, maar dat de opleiding eerder gezien kan worden als een Vorbildung tot promovendus. Het feit dat alleen de meningen van de professoren belangrijk zijn en de jurisprudentie en het procesrecht in de opleiding genegeerd worden, bevestigde dit beeld voor mij.

Klausuren schreiben

Ook de Duitse Prüfungsweise en het Notensystem maakte voor mij duidelijk dat de opleiding in ieder geval niet op de praktijk gericht is. Wanneer wij in Nijmegen een tentamen krijgen, zal dit tentamen gemiddeld bestaan uit enkele casusvragen die wij als studenten kort en bondig aan de hand van de vereisten, de wetsartikelen en de betreffende jurisprudentie dienen te beantwoorden. In Duitsland zal een tentamen maar één casusvraag (of hoogstens twee)bevatten. Echter zal deze niet eens al te gecompliceerde casusvraag door studenten al snel in twintig pagina’s worden beantwoord. Een casusvraag moet namelijk aan de hand van een soort vraag-antwoordsysteem in de Konjuktiv beantwoord worden. Een kort voorbeeld laat naar mijn idee de absurditeit van dit systeem zien:

A bestellt ein Brötchen beim Bäcker B. Kann B Zahlung verlangen?
B könnte einen Anspruch auf Kaufpreiszahlung in Höhe von € 5,00 gegen A aus § 433,II BGB haben. Das ist dann der Fall, wenn ein Kaufvertrag wirksam zwischen Verkäufer und Käufer zustande gekommen ist. Ein Kaufvertrag kommt gemäß §§ 145 ff. BGB durch zwei übereinstimmende Willenserklärungen, Angebot und Annahme, zu Stand. A könnte ein Angebot in Sinne von § 145 BGB abgegeben haben, in dem er die Brötchen bestellte. Ein Angebot ist gemäß § 145 BGB eine empfangsbedürftige Willenserklärung, durch die ein Vertragsschluss einem anderen so angetragen wird, dass nur von dessen Einverständnis das Zustandekommen des Vertrages abhängt. Dabei müssen alle essentialianegotii enthalten sein, sodass die bloße Zustimmung des Vertragspartners zum Vertragsschluss ausreicht. A hat durch das Bestellen des Brötchens den Vertragsschluss so bestimmt, dass B nur noch mit seinem Einverständnis zustimmen musste. Auch hat B diese Erklärung empfangen. Somit hat A ein Angebot abgeben. B könnte das Angebot gemäß §§ 147 ff. BGB angenommen haben. Annahme ist eine empfangsbedürftige Willenserklärung, durch die der Antragsempfänger dem Antragenden sein Einverständnis mit dem angebotenen Vertragsschluss zu verstehen gibt. B hat erklärt, er sei mit dem Vertragsschluss einverstanden. Auch hat A diese Erklärung empfangen. Somit hat B das Angebot sofort gemäß § 147,I,1 BGB angenommen. Ein Kaufvertrag zwischen A und B in Sinne von § 433 BGB ist somit zustande gekommen. A hat einen Anspruch auf Kaufpreiszahlung in Höhe von € 5,00 gegen B aus § 433,II BGB.

Dit was een korte en zeer eenvoudige vraag. Nu begrijpt u dat studenten bij een iets langere vraag op twintig pagina’s komen. Uiteraard is het voor een eerstejaars belangrijk om te weten hoe het leerstuk van aanbod en aanvaarding werkt. Door deze manier beheersen studenten wel daadwerkelijk de stof en leren zij zeer uitgebreid waaróm iets zo is. Echter gaat deze manier van tentamineren erg vervelend worden, wanneer men derde of vierdejaars is en bij een gecompliceerder vraagstuk nog steeds ‘aanbod en aanvaarding’ moet uitwerken ook al staat in de casus duidelijk gegeven dat er een overeenkomst tot stand gekomen is. De becijfering van het tentamen vind ik ook apart. Met dit lange en naar mijn idee perfecte antwoord hierboven zou een Duitse student wellicht een negen naar Nederlandse maatstaven halen. Omdat zoveel theorieën en meningen bestaan in het recht en omdat het onmogelijk is om alles op te schrijven, zal een student dan ook nooit een tien halen. Alles is namelijk Klausurrelevant. Een tien is volgens onze oosterburen perfectie en perfectie bestaat in beginsel niet.

Ansprüche
Een ander fenomeen dat ik in Duitsland heb leren kennen en dat samenhangt met deze uitgebreide manier van tentamens beantwoorden, is de zogenaamde Anspruch. De eerste weken kon ik er maar niet achterkomen wat het exact was. Ansprüchekwam ik overal en bij elk vak dat ik volgde tegen, maar verder dan de betekenis ‘aanspraak’ kwam ik niet. Na een gesprek met een professor Romeins recht ben ik er achter dat het een soort centraal figuur is dat heel het rechtsdenken in Duitsland beheerst. De Duitse Anspruch heeft eigenlijk de Romeinse actio vervangen. De actio in het Romeinse recht is zowel materieelrechtelijk als procesrechtelijk. De Duitse Bernard Windscheid heeft dit in de negentiende eeuw uit elkaar getrokken. Het materiële gedeelte van de actio werd de Anspruch genoemd. Toch is het nog enigszins vergelijkbaar met het Romeinse recht. Daar had men immers altijd een actio (een actie om recht te halen) nodig. In het Duitse recht kan men ook niets zonder Anspruch. Op het tentamen dient een student zichzelf eerst de volgende vraag te stellen, voordat hij de casus beantwoordt, werwill was von wem woraus oftewel ‘wie wil wat van wie en welke Anspruch hoort daarbij’. Zonder de Anspruch kan men namelijk het tentamen niet beantwoorden. Daarom heb ik in mijn eerste week ook direct alle Anspruchsgrundlagen uit mijn hoofd moeten leren. De belangrijkste Ansprüche zijn de vertragliche Ansprüche (dus een Anspruch uit koopovereenkomst, huurovereenkomst, overeenkomst van opdracht etc.), Schadenersatzansprüche, Bereicherungsansprüche en deliktische Ansprüche. Er zijn echter veel meer Ansprüche. Het systeem is alleen goed te begrijpen, als men daadwerkelijk bezig is met het Duitse recht. Ik hoop in ieder geval dat ik u duidelijk heb kunnen maken dat het Duitse recht zeer gesystematiseerd is op een manier zoals wij Nederlanders dat niet kennen. Er is sprake van strikte methodiek voor het analyseren van een casus. Ik denk dat het uiteindelijke Duitse antwoord op een casusvraag niet eens zo verschillend is in vergelijking met het Nederlandse antwoord. Het grootste verschil zal zitten in de denkwijze die men heeft en hoe men naar het recht kijkt.

Staatsexamen
Tenslotte is het laatste fenomeen dat ik wil behandelen de indeling van de studie. Een bachelor/master-systeem kennen ze in Duitsland nietSinds een aantal jaren is er wel een Ba/Ma-opleiding voor rechten, maar deze opleiding heeft geen civiel effect. Daarom kan men met deze opleiding alleen bedrijfsjurist worden.. In Duitsland kennen ze een systeem bestaande uit twee staatsexamens. Na ongeveer vier à vijf jaar aan de universiteit vakken te hebben gevolgd, beginnen de Duitse studenten met het voorbereiden van hun eerste staatsexamen. Deze voorbereiding neemt meestal een jaar en soms wel twee jaar tijd in beslag. Een groot deel van de Duitse studenten volgt een soort ‘herhalingsbijles’ aan een zogenaamd Repititorium. Daar worden de studenten parttime bijgespijkerd en getraind voor het eerste staatsexamen. De rest van de tijd studeren de studenten zelfstandig in de bibliotheek. Verschillende Duitsers hebben me verteld dat het absoluut niet raar is om een jaar lang van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds in de bibliotheek te studeren. Dit heeft er mee te maken dat de cijfers die de studenten op de universiteit hebben gehaald er niet toe doen. Het enige resultaat dat telt, is het behaalde cijfer op het eerste staatsexamen. Afhankelijk van het Land in Duitsland duurt een eerste staatsexamen gemiddeld twee weken met elke dag een examen van vijf uur. Het heeft dus een reden dat de studenten zolang in de bibliotheek zitten. Na het eerste staatsexamen kan men echter de togaberoepen nog niet uitoefenen. Daarvoor dienen de studenten eerst een soort stage te lopen, het Refendariat. Hier loopt een student wisselend mee met een advocaat, een rechter of een officier van justitie. Dit duurt nog eens twee jaar. Na deze twee jaar legt men het tweede staatsexamen af en kan men zich Volljurist noemen. Het is dus zeker niet ongebruikelijk om in Duitsland pas tegen het dertigste levensjaar af te studeren.

Tot slot
Ik hoop dat ik u een korte indruk heb kunnen geven over de juridische denkwijze in Duitsland en de opleiding tot Volljurist. Zelf vond ik Münster een geweldige ervaring. Ik heb erg veel geleerd en gemerkt dat het niet verkeerd is om twee rechtssystemen te beheersen. Ik ben er nog niet achter welk studiesysteem ik beter vind. Een momentopname zoals het staatsexamen of de lange voorbereiding hiervoor lijken mij zeker niet aangenaam. Echter vond ik enige theoretische verdieping in het recht wel weer interessant. Toch miste ik in Duitsland het procesrechtelijke gedeelte van het recht en het zoeken naar praktische oplossingen. Gelukkig kan ik deze gebieden weer in Nijmegen vinden.