Colleges, werkgroepen en digitale ondersteuning

Paul Bovend'Eert
Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert is hoogleraar staatsrecht.

De Nijmeegse rechtenfaculteit kent gelukkig nog altijd een onderwijsconcept waarbij voor de hoofdvakken gedurende de periode, waarin het vak verzorgd wordt, zowel hoorcolleges als werkgroepen worden aangeboden aan de studenten. In de praktijk betekent dit dat de student per week per vak ten minste vier contacturen onderwijs gedurende een volledig semester volgt, daarbij de leerstof bestudeert en aansluitend aan het einde van de cursus tentamen aflegt.. en hopelijk dan slaagt. Meestal volgt de student meerdere hoofdvakken en enkele bijvakken in een semester. Op deze manier heeft de rechtenstudent in Nijmegen een behoorlijk aantal gevarieerde contacturen per week, meer dan bij de meeste andere rechtenfaculteiten in Nederland.

In Nijmegen werken we niet met kleine vakjes van een paar weken, waarvan de studiestof al snel weer in de vergetelheid geraakt, maar met redelijk omvangrijke semestervakken (en een enkel jaarvak). In dit zogeheten ‘lange lijnen onderwijs’ bestudeert de student het desbetreffende juridische vakgebied gedurende een langere periode en kan op die manier de samenhang in de leerstukken beter doorgronden. Het lange lijnen onderwijs biedt meer mogelijkheden tot verdieping en verbreding. Dit onderwijsconcept is weliswaar niet de makkelijkste weg voor studenten om tentamens te halen, maar het levert op het punt van kennis en inzicht wel de beste resultaten op. Het onderwijs wordt positief gewaardeerd. De faculteit levert goede juristen af en heeft een uitstekende reputatie in het werkveld.

De hoorcolleges bieden de studenten gelegenheid zich te oriënteren op de grote lijnen en op gecompliceerde vraagstukken met betrekking tot het vakgebied. Het hoorcollege heeft, als het goed is, een belangrijke ondersteunende functie bij de zelfstudie ter voorbereiding van het tentamen. De docent legt gestructureerd de leerstukken uit. De studenten maken een dictaat, waarbij zij hoofdzaken van bijzaken leren onderscheiden. Tevens heeft het hoorcollege, als het goed is, ook een enthousiasmerende functie. Een doorgaans bevlogen docent vertelt ‘vol passie’ over zijn vakgebied, meestal met een behoorlijke dosis kritische reflectie op het recht, veel actualiteit en als het even kan met een beetje humor. De faculteit presteert op het punt van de kwaliteit van de hoorcolleges erg goed. Al jaren oordelen de Nijmeegse studenten, volgens de Elsevierenquête en de Keuzegids Hoger Onderwijs, zeer positief over de kwaliteit van docenten en onderwijs.

De werkgroepen, die kleiner zijn, met een omvang van ongeveer 25 studenten bieden meer ruimte voor discussie en interactie tussen docent en studenten. Er wordt een beroep gedaan op andere vaardigheden dan in de hoorcolleges. De combinatie van wekelijkse hoorcolleges en werkgroepen bevordert dat studenten intensief met het vak bezig zijn en zich zo goed kunnen voorbereiden op het tentamen.

Het onderwijsconcept van hoorcolleges en werkgroepen leent zich uitstekend voor digitale ondersteuning. De leeromgeving Blackboard biedt de mogelijkheid om snel en makkelijk aanvullend materiaal digitaal aan de studenten ter beschikking te stellen. Recente arresten en andere actuele informatie kunnen zo eenvoudig ter informatie of als aanvullend studiemateriaal aan de studenten, die de cursus volgen, worden aangeboden. Ook essays en papers kunnen zo makkelijk uitgewisseld worden. Desgewenst is er een mogelijkheid tot het opzetten van digitale discussiefora.

De laatste tijd speelt bij veel Nederlandse universiteiten de vraag of het wenselijk is om het onderwijs in de hoorcolleges en werkgroepen integraal op video op te nemen en digitaal ter beschikking te stellen op Blackboard. In dit kader is op universitair niveau een zogeheten ‘weblectures project’ opgezet. In de praktijk worden op dit moment een aantal colleges en enkele werkgroepen integraal op video opgenomen en op Blackboard geplaatst. Een duidelijke visie op weblectures ontbreekt nog bij de universitaire bestuurders.

Videoregistratie kan natuurlijk een uitkomst bieden als studenten niet in de gelegenheid zijn om het onderwijs te volgen, bijvoorbeeld vanwege ziekte of omdat zij gelijktijdig ander onderwijs in het kader van een dubbelstudie volgen, of omdat zij deeltijd (‘s avonds) student zijn. Video-opnames zijn dan een uitkomst. Ook kan videoregistratie eventueel een hulpmiddel zijn om het college terug te kijken als het zeer moeilijke leerstof betreft. Bij de betastudies blijkt dat videocolleges vaak die nuttige functie hebben. Bij rechten zal dat minder het geval zijn. En de videocolleges en videowerkgroepen bieden de student natuurlijk ook het gemak om gewoon niet meer op de universiteit het onderwijs te volgen maar lekker thuis te blijven en daar, liggend op de bank vanaf de laptop of iPad, lekker makkelijk het onderwijs te consumeren. Deze laatste optie is, denk ik, voor de Nijmeegse rechtenstudie niet aantrekkelijk. Nog even afgezien van de verder toenemende risico’s voor obesitas is het onverstandig te bevorderen dat de Nijmeegse rechtenstudenten verleid worden om het facultaire onderwijs grotendeels als afstandsonderwijs te gaan beschouwen. Wie afstandsonderwijs wil volgen, kan zich beter inschrijven bij de Open Universiteit te Heerlen. Wie in Nijmegen (voltijds) rechten studeert en niet verhinderd is, kan beter gedurende het semester intensief, wekelijks, het onderwijs (zowel de werkgroepen als de hoorcolleges) volgen, andere studenten en docenten ‘live’ ontmoeten en zich aldus de treurigheid van een studie zonder academische en niet-academische contacten met andere levende wezens besparen. Bovendien zijn de videoregistraties van de hoorcolleges van een dermate bedroevend niveau (en hopelijk blijft dat zo!) dat het niemand aan te raden is (anders dan in noodgevallen) het onderwijs op video te volgen. De hedendaagse mens brengt al erg veel tijd van zijn leven autistisch starend naar een beeldscherm door. Die droevige houding moet niet onnodig worden uitgebreid.

Kortom, mijn conclusie is dat ‘live’ hoorcolleges en werkgroepen nog altijd de beste onderwijsvormen voor de rechtenfaculteit (en andere faculteiten) zijn. Enige aanvulling met digitale onderwijsvormen, zoals videoregistratie, kan in voorkomende gevallen nuttig zijn, maar zoals wel vaker het geval is: alles met mate. De kwaliteit van het onderwijs zal, vrees ik, ernstig afnemen, als de colleges en werkgroepen massaal op video opgenomen en afgespeeld worden.