Digitaal onderwijs

Etzel van Dooren
Mr. E.A. van Dooren is junior-docent ondernemingsrecht en promovendus bij het Van der Heijden Instituut (OO&R).

Bij de opening van het huidige academisch jaar raakte ik met iemand in gesprek over de
mogelijkheden van ‘digitaal onderwijs’. We bespraken de situatie dat klassikale colleges
worden afgeschaft en dat in plaats daarvan het onderwijs via internet beschikbaar is voor
studenten. De vraag die mijn gesprekspartner en ik ons stelden was of digitaal onderwijs een
(adequate) vervanger kan zijn van het huidige onderwijsmodel.

De voordelen van digitaal onderwijs
Uiteraard zijn er verschillende praktische voordelen aan digitaal onderwijs. Ten eerste betekent de mogelijkheid om colleges via internet te volgen dat ook de aanwezigheidsplicht vervalt. Alleen de gemotiveerde (en voorbereide) studenten zullen nog de colleges bijwonen. Ten tweede levert digitaal onderwijs veel flexibiliteit op. Studenten hoeven niet meer naar de universiteit te komen en kunnen de colleges volgen op een tijdstip dat het hen het beste uitkomt. Vooral studenten die niet in Nijmegen wonen, hebben hier profijt van. Daarnaast kan bepleit worden dat het een goede voorbereiding is voor een tentamen om colleges nogmaals te bekijken. Een laatste voordeel is dat door het digitale onderwijs de ‘parallelle’ colleges vervallen. Dit zijn vooral de werkgroepen die inhoudelijk hetzelfde zijn en meerdere keren per week aan verschillende groepen studenten worden gedoceerd. Docenten hoeven het desbetreffende college nog maar één keer te doceren en op te nemen. Alle studenten kunnen het college vervolgens zelf thuis nakijken. Dit levert niet alleen een aanzienlijke tijdsbesparing op voor de docent, maar het betekent ook dat er minder collegezalen nodig zijn.

Kortom: digitaal onderwijs is praktisch en bespaart zowel tijd als geld. Maar het is de vraag of digitaal onderwijs ook een adequate vervanging is van klassikaal onderwijs. Mijn gesprekspartner en ik konden hier uiteindelijk geen definitief antwoord op geven en besloten de discussie verder te laten rusten. Toch blijft de idee van digitaal onderwijs mij fascineren. Temeer omdat ik verwacht dat deze vorm van onderwijs in de toekomst steeds belangrijker gaat worden. Bij andere faculteiten bestaat de mogelijkheid al en omdat zich ieder jaar meer rechtenstudenten aanmelden in Nijmegen kan het bijna niet anders dan dat wij uiteindelijk ook colleges digitaal zullen aanbieden. In deze bijdrage wil ik daarom nagaan of digitaal onderwijs een goede vervanger zou zijn van het huidige onderwijssysteem.

Het is niet eenvoudig om te beoordelen of digitale colleges een goede vorm van onderwijs zijn. Er bestaat namelijk geen definitie van ‘goed’ onderwijs. Om toch een vergelijking te kunnen maken met klassikale colleges zal ik enkele docenten aanhalen waar ik zelf onderwijs van heb gekregen. Het zijn anekdotes die mij het meeste zijn bijgebleven en waarvan ik denk dat zij een voorbeeld zijn voor mensen die zelf colleges verzorgen. Ik wil onderzoeken of hetgeen ik het meeste waardeerde aan hun onderwijs ook overgebracht kan worden met digitale colleges. In willekeurige volgorde bespreek ik: Ybo Buruma, Antoon Quaedvlieg, Marco Nieuwe Weme en Tijn Kortmann.

Ybo Buruma
Prof. Buruma doceerde in mijn tweede jaar de colleges strafrecht. Wat mij het meeste is bijgebleven van zijn onderwijs vond plaats in één van de eerste minuten van zijn eerste college. Nadat hij zichzelf had voorgesteld bood hij namelijk op voorhand zijn excuses aan. Buruma was zich ervan bewust dat strafrecht een grote impact kan hebben (gehad) op iemands persoonlijke leven. Aangezien er ongeveer 450 studenten in de collegezaal aanwezig waren, was het niet onwaarschijnlijk dat één of meerdere ooit in contact was gekomen met strafbare feiten. Als docent praat Buruma daarentegen zakelijk over de stof. Hij excuseerde zich daarom voor het geval hij ongevoelig overkomt.

Naar mijn mening maakte Buruma met bovenstaande opmerking in één keer duidelijk hoe persoonlijk de studie rechten kan zijn. Iedereen komt in het dagelijkse leven in aanraking met de stof die wij gedoceerd krijgen. Dit geldt niet alleen voor strafrecht maar voor alle vakken binnen de rechtenstudie. Ik vond het een erg professionele opmerking, die de studie voor mij in ieder geval relevanter maakte.

Ik denk niet dat een dergelijke opmerking van Buruma dezelfde impact heeft wanneer studenten een college via internet volgen. Hoewel de tekst hetzelfde blijft, is er geen persoonlijk contact van de docent met de studenten. Hierdoor wordt de boodschap zakelijker en blijft het persoonlijke karakter beperkt.

Antoon Quaedvlieg
Prof. Quaedvlieg is wat mij betreft de enige docent die een juridisch inhoudelijk verhaal kan houden met in zijn ene hand een Barbiepop en in zijn andere hand Sindy. Andere voorbeelden waren: zakken wokkels, spijkerbroeken en Red Bull. Als hoogleraar industrieel eigendom gebruikte prof. Quaedvlieg altijd voorbeelden om de stof te verduidelijken. Hierdoor was zijn college niet alleen begrijpelijker maar ook leven-6 diger. Je ziet als student hoe abstracte juridische begrippen tot leven komen en waar discussie over bestaat. Om de studenten verder voor zich te winnen, gooide Quaedvlieg vervolgens alle eetbare voorbeelden naar de studenten in de collegebanken.

Vanzelfsprekend kunnen de voorbeelden die Quaedvlieg toont ook gefilmd worden. Studenten zien dus nog steeds hoe de wet in de praktijk wordt toegepast. De inhoud van de boodschap blijft hetzelfde. Toch betwijfel ik of de voorbeelden ook hetzelfde effect hebben. Ik vind het opmerkelijk dat ik nog steeds in zekere zin de overweging van de Hoge Raad ken waarin hij oordeelde dat Barbie een eigen persoonlijk karakter heeft en dat Sindy daar inbreuk op maakt. Praktijkvoorbeelden blijven volgens mij abstracter als je ze alleen als filmpje op je computer ziet. Doordat je iets in het echt meemaakt, blijft een herinnering langer bewaard.

Marco Nieuwe Weme
Prof. Nieuwe Weme is naar mijn idee de docent die zichzelf het minst serieus neemt en met de meest opmerkelijke colleges. Laat ik voorop stellen dat ik de inhoud van de colleges van prof. Nieuwe Weme altijd goed vond. Vakinhoudelijk zijn de colleges serieus en degelijk. De manier waarop hij de stof verpakt, is daarentegen iets minder conventioneel. Marco Nieuwe Weme heeft er niet alleen moeite mee om zichzelf en collega’s, maar ook studenten op de hak te nemen. Dit zorgt ervoor dat zijn colleges in mijn ogen altijd leuk en verrassend waren. Zonder probleem belt hij midden in college louche verkopers op of koopt hij bloemen voor een collega als een grap uit de hand dreigt te lopen. Je wist van tevoren nooit wat er ging gebeuren. Ik sluit overigens niet uit dat Nieuwe Weme dat zelf ook niet altijd wist. Maar zijn colleges hadden daardoor wel altijd een luchtig en humorvol karakter.

Ik ben van mening dat humor een belangrijk element is van onderwijs. Als een docent zelf al niet uitstraalt dat hij lol heeft in zijn vak, dan kan je ook niet van studenten verwachten dat zij met plezier naar college gaan. Lukt het de docent daarentegen om de stof aantrekkelijk te maken, dan zullen studenten ook met plezier naar college gaan en intrinsiek gemotiveerd zijn om beter te studeren voor het tentamen.

Digitaal onderwijs biedt helaas veel minder mogelijkheden voor een docent om humor in zijn college te verwerken. Hij kan niet ingaan op wat er om hem heen gebeurt en er is geen ruimte voor interactie op basis van reacties vanuit de collegebanken. Het blijft daardoor een eenzijdig en vooral inhoudelijk verhaal.

Tijn Kortmann
Wat mij het meeste is bijgebleven van het onderwijs van prof. Kortmann gebeurde juist niet tijdens de colleges zelf. Tijn Kortmann stond om twee dingen bekend onder studenten. Ten eerste zijn college rond Sinterklaas dat volledig in rijmvorm werd gegeven en daarnaast het feit dat hij voorafgaand aan een college en tijdens de pauzes nooit in de collegezaal was. Altijd ging hij naar buiten om met studenten een praatje te maken. Dat dit misschien deels werd ingegeven omdat je binnen niet mag roken doet daar niets aan af. Kortmann was als docent erg toegankelijk en studenten konden altijd bij hem terecht.

Ik ben van mening dat een docent altijd voor en na een college beschikbaar moet zijn voor studenten, evenals tijdens de pauze. Eigenlijk moet een docent ook zelf het gesprek opzoeken. Ik denk dat het om meerdere redenen belangrijk is om ook op een iets informele manier contact te hebben met studenten. In de eerste plaats verlaag je de drempel om vragen te stellen. Daarnaast geeft dit een docent meer mogelijkheden om actualiteiten te bespreken en buiten de stof van het vak te treden. Hierdoor is er veel meer ruimte voor discussie en eigen inbreng van studenten. Het ontbreken van persoonlijk contact zie ik ook als het grootste gemis van digitaal onderwijs. “Digitaal onderwijs is praktisch en bespaart zowel tijd als geld” “Een goede docent enthousiasmeert studenten, maakt zijn vak levendig en plaatst het in de maatschappelijke context”6 7 Actioma #190 november 2014

Vergelijking
In het begin van deze bijdrage stelde ik de vraag of digitale colleges een goede vervanger kunnen zijn van het huidige klassikale onderwijs. Hiertoe heb ik onderzocht of hetgeen mij het meeste is bijgebleven als student ook bij digitale colleges mogelijk is. Ik heb daarom enkele anekdotes aangehaald van docenten waarvan ik zelf onderwijs heb gekregen: Ybo Buruma, Antoon Quaedvlieg, Marco Nieuwe Weme en Tijn Kortmann.

Naar mijn mening is digitaal onderwijs geen adequate vervanger van het huidige model. De vier door mij onderzochte docenten hebben met elkaar gemeen dat zij meer deden dan het enkel doceren van de stof. Een goede docent enthousiasmeert studenten, maakt zijn vak levendig en plaatst het in de maatschappelijke context. In het begin van deze bijdrage merkte ik al op dat er natuurlijk ook voordelen zijn aan digitaal onderwijs. Toch wegen deze naar mijn mening niet op tegen het eenzijdige en zakelijke karakter van deze vorm van onderwijs. Ik zou het erg jammer vinden als colleges worden teruggebracht tot de enkele overdracht van kennis.

Ik geef eerlijk toe dat de door mij aangehaalde anekdotes geen goede weerspiegeling zijn van een gemiddeld college. Natuurlijk is klassikaal onderwijs niet altijd interactief of wordt er buiten de stof gedoceerd. Ook zal een college vaak alleen een kennisoverdracht zijn, zonder dat er iets ‘spannends’ gebeurt. Maar het enkele feit dat deze mogelijkheden wel bestaan bij klassikaal onderwijs creëert denk ik een andere houding bij studenten. Ze zijn oplettender en scherper. Omdat digitaal onderwijs an sich geen mogelijkheid biedt tot interactie of discussie wordt een student veel meer een ontvanger van informatie in plaats van deelnemer aan een college. Ik ben bang dat zij zich ook veel meer als zodanig gaat gedragen: consument van lesstof. Om een vergelijking te trekken met andere vormen van ‘presenteren’: ook cabaret, toneel en zelfs voetbal zijn veel leuker als je zelf aanwezig bent, in plaats van dat je het kijkt op tv. Je wordt er veel meer bij betrokken en ervaart het daardoor veel bewuster. Mensen zijn daarom ook bereid veel meer te betalen om aanwezig te mogen zijn. En tot slot: zelfs de LOI adverteert tegenwoordig steeds meer met ‘persoonlijk onderwijs’. Ik vind het vreemd dat universiteiten dan de tegenovergestelde weg zouden bewandelen. Hoewel digitale colleges naar mijn mening dus geen goede vervanger zijn van het huidige onderwijs kan het wel een waardevolle toevoeging zijn. Ik denk hierbij in het bijzonder aan het faciliteren van studenten die niet aanwezig kunnen zijn bij colleges zoals deeltijdstudenten of wanneer onderwijs van verschillende studiejaren of studies samenvalt. In die gevallen is het zeker een voordeel als studenten naderhand de colleges alsnog nog per video kunnen volgen. Ten slotte zie ik ook mogelijkheden om digitaal onderwijs te gebruiken voor promotiedoeleinden of om dit als materiaal voor zelfstudie te verkopen.

Concluderend denk ik dat digitaal onderwijs in de toekomst een steeds grotere rol zal innemen op universiteiten en ik juich dit alleen maar toe. Dit type onderwijs brengt namelijk grote praktische voordelen met zich. Ik denk echter niet dat deze ontwikkeling ten koste moet gaan van ons huidige klassikale onderwijs. Het is dus de uitdaging om het onderwijs van de toekomst zo te modelleren dat we zo veel mogelijk gebruik maken van de voordelen en kansen van digitaal onderwijs, zonder dat dit (te veel) afbreuk doet aan het persoonlijke contact van docenten met studenten.