Het pleidooi overleeft

Hans den Tonkelaar
Prof. mr. J.D.A den Tonkelaar is bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij werkzaam als rechter bij de Rechtbank Gelderland.

Het pleitgenootschap Rota Carolina breekt een lans voor het pleidooi in civiele zaken.
En terecht: een goed en mooi voorgedragen pleidooi levert een prachtig moment in een
procedure op. Ik ben nu zo’n dertig jaar rechter en heb zelden een pleidooi dat aan deze
omschrijving voldeed, meegemaakt.

In de jaren tachtig kwamen echte pleidooien, in de zin waarin het pleitgenootschap ze kennelijk bedoelt, een mondeling voorgedragen samenvatting van het partijstandpunt over de hele zaak, nog met enige regelmaat voor. Ze waren merendeels onvoorstelbaar saai. Een half uur, soms een uur, af en toe nog langer luisteren naar een matig voorgelezen verhaal dat bijna niets toevoegde aan het dikke dossier dat al gelezen was, en dat in de wetenschap dat er nog net zo’n verhaal zou volgen, dreef de meest fitte rechters nog naar de grenzen van dromenland. Bordewijks rechter DigitalisF. Bordewijk, De laatste eer, Amsterdam- Sloterdijk, 1935, p. 35 e.v. sliep uit principe bij pleidooien – het zal niet opgevallen zijn. Uitzonderingen waren er ook: helder, puntig en kort spreken, de aandacht van de rechter pakken en vasthouden; een enkeling kon het. Maar dit klassieke pleidooi is aanvankelijk op eigen kracht, later met behulp van de wetgever, vrijwel uit de praktijk verdwenen. Artikel 134 Rv, dat het recht op pleidooi in stand laat met de moeilijk toe te passen toevoeging dat de rechter het verzoek om pleidooi kan afwijzen, als partijen ter comparitie voldoende gelegenheid hebben gehad hun standpunten mondeling toe te lichten, heeft het verschijnsel gemarginaliseerd.

Is het pleidooi daarmee bijna uit civiele zaken verdwenen? Het is maar wat je onder pleidooi verstaat. Ik beperk me nu tot de eerste lijn. In de eerste plaats wordt dagelijks bij alle rechtbanken in vele korte gedingen gepleit. Daar wordt vrijwel altijd de hele zaak – zij het in het voorlopige stadium dat nu eenmaal het kort geding eigen is – bepleit. Helaas gebeurt dit meestal door een zittende advocaat die zich zo snel mogelijk door zijn/haar uitgeschreven tekst heen werkt. Het is niet iedereen gegeven mooi te kunnen voorlezen. In de tweede plaats staan de meeste rechtbanken (korte) pleidooien toe, vragen de rechtbanken er zelfs om tijdens de comparities na antwoord. Die pleidooien beperken zich dan vaak tot de kern van de zaak of tot dat wat nog niet uit de stukken duidelijk naar voren komt, maar daar gaat het dan ook om. Lezen kunnen rechters wel en ze doen het ook. Hetzelfde als voor de comparities geldt, is van toepassing op de mondelinge behandelingen van verzoekschriften. Ook daar wordt gepleit.

Ik verwacht niet dat KEI hierin iets verandert. Dat het recht op pleidooi niet uitdrukkelijk in de wet is opgenomen, neemt niet weg dat een partij er recht op heeft de hele toelichting die zij wenselijk acht, om haar standpunt te geven, dat de andere partij daarop mag reageren enzovoort. Alleen al het beginsel van hoor en wederhoor, sinds mensenheugenis wezenlijk voor eerlijke rechtspraak – niet voor niets was de belangrijkste eigenschap van Salomo dat hij goed kon luisteren1 Koningen 3:11. – staat hier borg voor. Waar KEI definitief een einde aan maakt, is het voordragen van al gelezen standpunten dat niets toevoegt aan de rechterlijke oordeelsvorming. Het oude pleidooi heeft zichzelf overleefd, het pleidooi leeft voort.

De bijdrage van het pleitgenootschap Rota Carolina in Actioma 189 doet dus in zekere zin noch aan de status van dit gerespecteerde genootschap, noch aan de status van het pleidooi recht. En ik maak gelijk van de gelegenheid gebruik om een stokpaardje te berijden. Enigszins buiten de praktijk staat de mededeling van het pleitgenootschap in het artikel over ‘staand pleiten’. Gebeurde dat maar! In de meeste gevallen wordt er in civiele zaken zittend en snel voorgelezen. Zelfs een advocaat die zijn stagiaires stimuleert om staande vuurwerk te laten horen, kan je de volgende dag zittend zijn pleitaantekeningen horen voormompelen. En staande gaat het zoveel beter: de pleiter spreekt beter en makkelijker en de toehoorder laat zijn aandacht minder snel verslappen.

Onderschat dus niet het belang van het oefenen in goed pleiten tijdens je studie. Het civiele pleidooi leeft, in de vorm die het de laatste jaren heeft aangenomen, gewoon voort. Maar bovendien geldt het volgende. Of je nu advocaat wordt of bij een provincie, een groot bedrijf, een gemeente, op een notariskantoor of waar dan ook gaat werken, vroeg of laat moet je een standpunt weten te verdedigen in een vergadering. Je moet boeien en overtuigen. Staande (als de ruimte het toelaat) en op een manier die de toehoorders pakt. Dat konden de klassieke advocaten. Houdt die traditie in stand.