Omarm digitaal onderwijs!

Rick Sanders
R. Sanders is masterstudent Ondernemingsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Met interesse las ik het artikel ‘Colleges, werkgroepen en digitale ondersteuning’ uit Actioma #190 van afgelopen november, geschreven door prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert. Naar aanleiding van zijn stuk wil ik graag beargumenteren waarom de faculteit digitaal onderwijs juist meer moet omarmen dan dat zij reeds doet.

Een prominentere plaats voor digitaal onderwijs

In het artikel wordt gesteld dat bij de rechtenstudie videocolleges een nauwelijks nuttige functie kunnen vervullen. Een onderbouwing van de zojuist genoemde stelling vind je in het artikel echter niet. Daarentegen kun je wel een hele alinea aantreffen, waarin wordt gesteld dat videocolleges zeker een uitkomst kunnen bieden. Te denken valt aan opnames voor zieke studenten, deeltijders die niet aanwezig kunnen zijn en het terugkijken van de leerstof. Het artikel geeft blijk van een vrees voor achteruitgang van het academische niveau van studenten. Studenten zullen door videocolleges niet meer op de campus verschijnen en het niveau van deze juristen in opleiding zal zakken naar dramatische dieptepunten: “de kwaliteit van het onderwijs zal (...) ernstig afnemen”, aldus het artikel. Dit lijkt mij zeer voorbarig, vooral omdat de argumenten die deze angst zouden moeten staven absent zijn.

Er is echter wel een onderzoek, uitgevoerd door de Universiteit van Tilburg, waaruit blijkt dat het aanbieden van online colleges ten goede komt aan de slagingspercentages. De twee vakken betrokken in het onderzoek, welke bestempeld werden als ‘moeilijk’, zagen de slagingspercentages toenemen van 50% naar 70% na de introductie van digitale colleges. Deze colleges bestonden naast de reguliere hoor- en werkcolleges
uit ‘weblectures’, toetsen en consultsessies met de leraar. Doordat er voldoende mogelijkheden zijn voor de studenten om online de toelichtingen uit het college nogmaals te beluisteren en op een innovatieve manier om te gaan met de stof, stijgt de kans op een mooi tentamencijfer. Daarnaast bleek ook uit het onderzoek dat studenten enthousiaster werden over het desbetreffende vak. Enthousiasmeren kan dus door meer dan alleen een gepassioneerde docent.

Hoe digitaal onderwijs ten goede komt aan de universiteit

Het is duidelijk dat er voor de studenten een voordeel te behalen valt met het introduceren van digitaal onderwijs. Maar hoe kan de universiteit er baat bij hebben?

De Radboud Universiteit kan naam maken met een bijzondere vorm van online colleges: de zogenaamde Massive Online Open Courses (MOOC). Een MOOC is een simpel concept: de universiteit zet een gehele cursus online, eventueel tegen betaling. Studenten over de gehele wereld kunnen deze cursus volgen, examen maken en met elkaar discussiëren over de betreffende leerstukken. Bedrijven kunnen MOOC’s zelfs erkennen als een adequate opleiding, wat deze vorm van onderwijs nog interessanter maakt. De Radboud Universiteit kan bij invoering van dit concept een plaats verwerven tussen grootheden zoals Harvard en Berkeley, die MOOC’s reeds hebben omarmd. In het artikel ‘Maak ruim baan voor topsector online onderwijs’ uit het Financieele Dagblad van 16 december 2014 worden twee praktijkvoorbeelden gegeven die ik graag zou willen belichten.
Zo wordt de MOOC masteropleiding ‘Computer Science’ van Georgia Tech erkend door technologiegigant IBM, waarvan uit ook massaal ingeschreven werd op deze cursus.

Daarnaast heeft de TU Delft internationaal furore gemaakt met de MOOC ‘Terrorism and Counterterrorism’. Door de introductie van deze MOOC staat TU Delft nu bekend voor onder andere haar expertise op dit gebied.
MOOC’s zijn nieuw en in opkomst. Als de universiteit vroeg op deze ontwikkeling inspeelt, kan zij zich internationaal profileren, de onderwijskwaliteit verhogen en onderzoekers, studenten en bedrijven aantrekken. Digitaal onderwijs vormt niet alleen een kans om de internationale positie van het Nederlandse hoger onderwijs te versterken, maar ook om de reputatie van de eigen universiteit te verbeteren.

De rechtenstudie en digitaal onderwijs

Digitale voorzieningen en onderwijs hebben, in tegenstelling tot de mening van de hoogleraar, zeker nut voor de rechtenfaculteit in het bijzonder. Ter illustratie van deze stelling zal ik twee voorbeelden bespreken: één uit Groningen en een ander uit Oklahoma (Verenigde Staten).

Aan de Rijksuniversiteit Groningen stellen ze op de rechtenfaculteit twee weken voor het tentamen alle opnames van alle te tentamineren colleges online beschikbaar, zodat de (voltijd) studenten op een eenvoudige wijze toegang kunnen krijgen tot de opnames. Daarnaast biedt de universiteit via een eigen digitale leeromgeving relevante artikelen, jurisprudentie, extra opdrachten, aanvullende literatuur en andere stukken aan, welke vrij toegankelijk zijn voor de studenten die het betreffende vak volgen. Studenten kunnen zo makkelijk toegang krijgen tot de relevante informatie en zich nader toeleggen op de te bestuderen stof.

In de Verenigde Staten zijn er reeds programma’s die de nadruk leggen op digitale voorzieningen op de rechtenfaculteit. Zo is de University of Oklahoma College of Law afgelopen herfst begonnen met het ‘Digital Initiative’. Dit programma houdt in dat studenten aan de universiteit voorzien worden van een tablet met een veelvoud aan academische software. Met behulp van apps kunnen studenten eenvoudig samenwerken en studiemateriaal delen. Je kunt denken aan het Microsoft Office pakket voor tablets, cloudopslagdiensten en academische apps als TrialPad (onderzoek- en presentatiesoftware) en Clio (managementsoftware). Daarnaast maken studenten gebruik van het programma BaiBoard, welke fungeert als een digitaal whiteboard voor discussie en onderzoek: iedere deelnemer kan door middel van deze app aantekeningen maken op een groot digitaal bord. Daarnaast is de faculteit overgegaan tot de aanschaf van 10 000 juridische e-books, welke vrij beschikbaar zijn voor de studenten. Dit bespaart ze veel geld, omdat ze bijna geen boeken meer hoeven aan te schaffen.

Ondanks dat het ‘Digital Initiative’ zich nog in een te vroeg stadium bevindt om het effect op de cijfers van studenten te beoordelen, is het wel interessant om dit experiment te volgen. Het is duidelijk dat studenten met het programma eenvoudiger kunnen samenwerken, discussiëren en makkelijker toegang hebben tot wetenschappelijke literatuur. Daarnaast biedt het voorbeeld uit Groningen directe oplossingen ter verbetering van de digitale leeromgeving.

Het huidige gebruik van digitale voorzieningen

De Radboud Universiteit loopt naar mijn mening achter op het gebied van digitale voorzieningen. Waar op sommige universiteiten geëxperimenteerd wordt met de nieuwste technologieën (zoals in Oklahoma), gebruiken andere universiteiten reeds toegankelijkere software voor eenvoudige toegang tot digitale voorzieningen (in Groningen bijvoorbeeld). In deze paragraaf zal ik enkele voorbeelden geven van verbeterpunten voor de Rechtenfaculteit in Nijmegen en zal ik uiteenzetten waarom het naar mijn mening beter moet.

Videoregistraties zijn van een “dermate bedroevend niveau”, aldus het artikel. Maar dat is geen gegronde reden om de omarming van nieuwe technologie tegen te houden. De stelling is juist: audio- en video-opnames zijn niet beschikbaar voor alle vakken en dikwijls kwalitatief ondermaats. Hierin zit juist een uitdaging om deze digitale voorzieningen te verbeteren. Dit is geen reden om de digitale mogelijkheden onbenut
te laten of zelfs te verwaarlozen: technologie is immers de toekomst. De hoogleraar geeft in zijn artikel aan dat hij verwacht dat studenten wegblijven van de colleges en dat zij deze thuis op de bank bekijken. Interactie tussen student en docent en studenten onderling valt dan weg. Mijns inziens is het wegvallen van deze interactie zeker een neveneffect van online colleges. Digitaal onderwijs is echter geen vervanger van de klassieke hoor- en werkcolleges. Er zullen vast enkele studenten besluiten om niet meer naar college te gaan. Je kunt je afvragen of zulke studenten wel genoeg gemotiveerd zijn om hun opleiding te halen. Dit is echter geen excuus om digitaal onderwijs niet te bevorderen. Er zijn namelijk ook genoeg (gemotiveerde) studenten die wel op een optimale manier willen profiteren van de colleges en met een goede academische ervaring hun carrière tegemoet willen gaan. Het gebruik van digitaal onderwijs werkt dan als een uitstekend hulpmiddel bij het verloop van hun studie.

Daarnaast is het een goed idee om discussies over leerstukken en de literatuur tussen studenten (en docenten) te bevorderen. Het internet geeft hiervoor een ideaal podium, vanwege de toegankelijkheid en eenvoud om te kunnen deelnemen aan de discussie. Blackboard biedt hier een goede mogelijkheid voor. Zo kent Blackboard voor elk vak een discussieforum, waarin het de studenten vrij staat om te discussiëren over de stof. Ik heb hier gedurende mijn studietijd echter weinig van gemerkt. Dit komt omdat rechtenstudenten niet op deze mogelijkheid worden geattendeerd. Dit staat in schril contrast tot bijvoorbeeld de opleiding Psychologie van de Radboud Universiteit en Rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar studenten wel worden gewezen op het bestaan van deze discussieruimtes. Bovendien participeren de docenten: zij zijn ook in deze discussieruimtes actief om eventuele vragen van studenten te beantwoorden.

Deze voorbeelden illustreren waarom ik het betreur dat digitaal onderwijs niet volledig eigen wordt gemaakt. In tegenstelling tot andere opleidingen zijn bijvoorbeeld audiocolleges niet vrij toegankelijk. Dit is jammer, want ik zou bijvoorbeeld graag een college terug willen luisteren om de toelichting bij een bepaald onderwerp nogmaals te kunnen horen. Mocht je dit willen, dan moet je eerst toestemming krijgen voor toegang tot de audio-opnames. Dit moet worden geregeld via de studieadviseur, wat betekent dat je tijdens het inloopspreekuur in de lange wachtrij mag aansluiten of dat je een afspraak moet maken voor op z’n vroegst twee weken later. Bovendien moet je een gegronde reden hebben voor dit verzoek. Deze gegronde reden moet structureel van aard zijn (bijvoorbeeld het hebben van twee colleges op hetzelfde moment gedurende de hele periode). Eenmalige ziekte valt hier bijvoorbeeld niet onder. Deze regeling is overduidelijk onnodig en overbodig.

Het is zonde dat de digitalisering niet verder wordt bevorderd. Het op een toegankelijke wijze online beschikbaar stellen van opnames geeft de student een betere mogelijkheid om zich naast de opleiding te oriënteren op zijn latere carrière en om nuttige nevenactiviteiten te ontplooien. Bovendien geeft het de studenten een zekere flexibiliteit om daarnaast een bijbaan, een pré in het alsmaar duurder wordende studieklimaat, eenvoudiger te combineren met hun studie. Maar digitaal onderwijs gaat verder dan hoorcollegeopnames en discussiefora. Alternatieve mogelijkheden om (digitaal) de stof eigen te maken moeten juist toegejuicht worden, niet iedereen leert namelijk op dezelfde manier. Je kunt hier denken aan extra oefeningen en aanvullende ‘weblectures’. Niet alleen omdat niet iedere student op dezelfde manier optimaal studeert en kennis opslaat, maar ook omdat het de student de mogelijkheid geeft om zichzelf uit te dagen buiten de traditionele colleges en handboeken om.

Ter afsluiting

Een goed uitgevoerde digitale leeromgeving kan wel degelijk een zeer goede aanvulling zijn op de traditionele hoor- en werkcolleges. Er zijn genoeg mogelijkheden op het gebied van digitaal onderwijs. Bovendien hebben enkele van deze mogelijkheden reeds positieve resultaten geboekt, zoals in Tilburg. Dat enige interactie tussen docent
en student door middel van de klassieke hoor- en werkcolleges wel degelijk een goede invloed heeft op studieresultaten staat buiten kijf. Maar deze irrationaliteit jegens digitaal onderwijs is mijns inziens ongefundeerd: betere digitale hulpmiddelen verhogen het studierendement. Óók op de rechtenfaculteit