De levenslange gevangenisstraf; het einde nabij

Nick van Gelder
N. van Gelder is masterstudent Strafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

De levenslange gevangenisstraf heeft de afgelopen jaren veel stof doen opwaaien en zal dat komende tijd hoogstwaarschijnlijk blijven doen. Al jarenlang verzetten rechterlijke instanties, instituties en andere organisaties zich tegen de Nederlandse wijze van tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf, die daadwerkelijk inhoudt dat de daartoe veroordeelde zijn gehele leven vast blijft zitten. De politiek was daar tot voor kort duidelijk over: levenslang is levenslang. Recentelijk lijkt daar echter een kentering in te zijn gekomen. De kwestie is hoe dan ook urgent. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zit Nederland op de hielen en recentelijk pleegde Lau Geeraets, daags na de uitspraak waarbij hij tot levenslang werd veroordeeld, zelfmoord.

Allereerst zal ik kort de geschiedenis van de levenslange straf aanstippen
met daarbij enige cijfers met betrekking tot de oplegging ervan. Daarna zal
ik de juridische bezwaren die vanuit verschillende hoeken naar voren wordt
gebracht, bespreken. Daarbij zal ik ingaan op de juridische mogelijkheden
die de tot levenslang veroordeelde ter beschikking staan om vervroegd
vrij te komen. Ik sluit in de conclusie af met een blik op wat de (nabije) toekomst
in dit kader waarschijnlijk zal brengen.

De geschiedenis en de cijfers
De levenslange gevangenisstraf deed – bij de Nederlandse wetgever althansBij de inlijving van het Koninkrijk Holland
bij het Franse Keizerrijk in 1810 heeft de
levenslange gevangenisstraf twee jaar
onderdeel uitgemaakt van het strafbestel.

– zijn intrede in het jaar 1870, ter vervanging van de omstreden doodstraf.
De levenslange gevangenisstraf was toentertijd ook zeer omstredenHandelingen II 1869/70, p. 1485. .
Bij de
grote wetswijzigingH.J. Smidt, Geschiedenis van het wetboek
van strafrecht: volledige verzameling van
regeeringsontwerpen, gewisselde stukken,
gevoerde beraadslagingen, enz., Haarlem:
H.D. Tjeenk Willink 1891, p. 31.
van het Wetboek van Strafrecht van 1881 werd de levenslange
gevangenisstraf gehandhaafd, al was het met ‘bloedend hart’, omdat
de straf ‘in beginsel niet deugt’, aldus A. Modderman, de toenmalige Minister
van Justitie. Daarna is discussie over de straf in relatief rustig vaarwater
terechtgekomen, hetgeen met name kwam door de gratiëring van tot
levenslang veroordeelden.

De levenslange gevangenisstraf is gereserveerd voor de zwaarste delicten,
waaronder moord, gekwalificeerde doodslag en enkele misdrijven genoemd
in de Wet internationale misdrijven van 2003. In de praktijk wordt de levenslange
gevangenisstraf vrijwel uitsluitend opgelegd bij (meervoudige) moordzakenM. van Wely, Levenslang! De straf en de daders,
Meppel: Just Publishers 2013, p. 152 e.v.
.
Sinds de invoering van de levenslange gevangenisstraf in 1870 zijn 101
personenPersonen die voor delicten begaan tijdens de
Tweede Wereldoorlog tot de levenslange gevangenisstraf
zijn veroordeeld zijn niet meegenomen.
Zie www.forumlevenslang.nl/ wat-is-levenslang/
juridisch/nederlandse-rechtspraak/
onherroepelijk tot de straf veroordeeld. Lau Geeraets, de laatste
van de groep die tot levenslang is veroordeeld, heeft een dag na zijn veroordeling
zelfmoord gepleegdhttp://nos.nl/artikel/2032170-justitie-beves- tigt-zelfmoord-in-cel-van-lau-geeraets.html. Of de zelfmoord het gevolg is van de oplegging
van de levenslange gevangenisstraf is in zekere zin gissen, maar plausibel
is het wel en dat maakt de kwestie van de levenslange gevangenisstraf in
Nederland des te urgenter.
Tegen vijf verdachtenHet gaat om drie verdachten in het
liquidatieproces ‘Passage’ en twee
verdachten van een dubbele liquidatie in
de Staatsliedenbuurt in Amsterdam.
die in eerste aanleg tot levenslang zijn veroordeeld,
loopt momenteel het hoger beroep.
Sinds de eeuwwisseling is een significant
aantalDe cijfers zijn grotendeels afkomstig
uit het boek van M. van Wely. Voor het
overige is rechtspraak.nl geraadpleegd.
Een deel van die 30 veroordelingen is
overigens (nog) niet onherroepelijk.
(30) tot levenslang veroordeeld. Dit relatief grote aantal in de
21ste eeuw maakt dat de levenslange gevangenisstraf extra kritisch tegen het
daglicht moet worden gehouden.

Bezwaren
Verbazingwekkend is het dan ook niet dat er vanuit diverse hoeken, al dan
niet formeel bij de sanctie betrokken, kritiek klinkt op de Nederlandse tenuitvoerlegging
van de levenslange gevangenisstraf. De juridische bezwaren
– andere niet-juridische bezwaren blijven buiten beschouwing – zijn voornamelijk
gebaseerd op artikel 3 van het Europese Verdrag voor de Rechten
van de Mens (hierna: EVRM) en artikel 5 lid 4 van het EVRM. Artikel 3 houdt
in dat niemand aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen
dan wel bestraffingen mag worden onderworpen. Artikel 5 lid 4
bepaalt dat degene die van zijn vrijheid is ontnomen, het recht heeft om
de rechtmatigheid van die vrijheidsontneming door een rechter te laten
toetsen. Voorts wordt artikel 2 lid 2 van de Penitentiaire beginselenwet –
die het resocialisatiebeginsel inhoudt – in dit kader opgeworpen.
In 2008 is het ‘Forum Levenslang’ opgericht dat zich inzet voor een humane
tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf door voorkoming van
detentieschade en het bieden van een perspectief op invrijheidstelling.
Hierbij zijn veel hoogleraren betrokken, waaronder de aan deze faculteit
verbonden Vegter en Van Kempen. Ditzelfde forumwww.forumlevenslang.nl heeft een wetsvoorstel
opgesteld, dat uitgaat van een toetsing na ten minste twintig jaar detentie
door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden na een daartoe strekkend
verzoek door het Openbaar Ministerie of de verdachte.
Hoewel het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM)
thans nog niet over een Nederlandse zaakMurray/Nederland ligt thans voor aan de
Grote Kamer van het EHRM, maar dat betreft een
tot levenslang gestrafte in Curaçao, waar ze een
ander beleid kennen ten aanzien van de tenuitvoerlegging
van de levenslange gevangenisstraf.
in het kader van de levenslange
gevangenisstraf heeft hoeven oordelen, zijn enkele uitspraken dienaangaande
ten aanzien van andere landen van belang. Het EHRM heeft meerdere
malen ten aanzien van andere landen moeten oordelen over de
conformiteit van de levenslange gevangenisstraf - zoals die in het desbetreffende
land wordt opgelegd en uitgevoerd - met de artikelen 3 en 5 van
het EVRM.

Een belangrijk arrestEHRM 9 juli 2013, 66069/09, 130/10, 3896/10
(Vinter e.a./V.K.). De overwegingen in deze uitspraak
zijn grotendeels gebaseerd op eerdere uitspraken,
maar het Hof motiveert zeer uitgebreid in deze zaak.
aangaande de levenslange gevangenisstraf is de in 2013
gewezen uitspraak Vinter tegen het Verenigd Koninkrijk. Ten aanzien van
artikel 3 EVRM, wat inhoudt dat niemand aan folteringen of aan onmenselijke
of vernederende behandelingen dan wel bestraffingen mag worden
onderworpen, zet de Grote KamerKwesties waar de Grote Kamer over oordeelt
zijn doorgaans urgent. Zie art. 43 EVRM.
allereerst een aantal algemene principes
uiteen. Het is aan de staten zelf om een strafrechtelijk systeem te organiseren,
inclusief vormen van (voorwaardelijke) vrijlating te regelen. Dit valt
in principe buiten het bereik van de toets van het Europese Hof. De afwegingen
die bij de straf worden gemaakt behoren toe aan de rechtbanken
van het desbetreffende land. Hen komt een margin of appreciation toe. De
levenslange gevangenisstraf kan vrijelijk worden opgelegd en is op zichzelf
niet in strijd met artikel 3 EVRMEHRM 9 juli 2013, 66069/09, 130/10,
3896/10 (Vinter e.a./V.K.), r.o. 104, 105 en 106.
. Ondanks dat kan een levenslange gevangenisstraf
problemen opleveren met artikel 3 EVRM indien de straf niet verkortbaar
(irreducible) is. Twee punten zijn hierbij van belang, aldus het HofEHRM 9 juli 2013, 66069/09, 130/10,
3896/10 (Vinter e.a./V.K.), r.o. 107.
.
Allereerst dat het feitelijk uitzitten van de volledige levenslange gevangenisstraf
op zichzelf niet betekent dat de straf irreducible is. Het gaat erom dat
de straf de jure en de facto verkortbaar is.
Ten tweede moet er prospect of release zijn, hetgeen aan de orde is als
er possibility of review is voor de tot levenslang gestrafte. Een prospect
of release houdt in dat de tot levenslang veroordeelde uitzicht op vrijlating
moet hebben. Hij of zij moet dus reeds bij oplegging van de straf weten
dat hij eventueel in de toekomst vrij kan komen. Dat uitzicht moet er zijn
doordat er een possibility of review is: een mogelijke toets waarbij de noodzakelijkheid
van de voortzetting van de straf opnieuw wordt beoordeeld. De
vorm van de reviewmogelijkheid is aan de staat zelf, zolang die er maar is.
Vervolgens gaat het Hof zeer uitgebreid in op de vraag waarom er een dergelijk
zicht op vrijlating moet zijn. Dit volgt – kort gezegd – uit (niet direct bindende) internationale regelgeving en adviezen van toonaangevende internationale
organisaties zoals de Verenigde Naties en het Europese Comité
voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling
of Bestraffing (CPT). Het EHRM komt vervolgens tot de volgende
algemene conclusie:
“For the foregoing reasons, the Court considers that, in the context of a
life sentence, Article 3 must be interpreted as requiring reducibility of the
sentence, in the sense of a review which allows the domestic authorities
to consider whether any changes in the life prisoner are so significant, and
such progress towards rehabilitation has been made in the course of the
sentence, as to mean that continued detention can no longer be justified on
legitimate penological grounds.”
Er moet de levenslanggestrafte derhalve een reviewmechanisme ter
beschikking staan dat beoordeelt of continuerende detentie op penologische
gronden nog aan de orde is zodat de veroordeelde uitzicht heeft op
vrijlating. De tot levenslang veroordeelde moet dus perspectief hebben. Een
licht aan het einde van de tunnel. Deze toets moet niet slechts een (juridische)
wassen neus blijken te zijn, het moet ook in de praktijk tot vrijlating
kunnen leiden. Is de mogelijkheid tot review er niet, dan is de oplegging
van de levenslange gevangenisstraf reeds bij oplegging in strijd met artikel 3
EVRM.
De vraag is dan ook of er in Nederland een reviewmechanisme is dat de tot
levenslang gestrafte ter beschikking staat, zodat degene uitzicht heeft op
vrijlating.

In Nederland beschikt de levenslanggestrafte over twee (juridische) mogelijkheden.
Allereerst kunnen de verdachten naar de burgerlijke rechter om de
rechtmatigheid van de (verdere) tenuitvoerlegging te toetsen. Deze mogelijkheid
is louter theoretisch, zo meende ook de Minister van JustitieAanhangsel Handelingen II
2003/2004, nr. 1972, p. 4170.
in 2004.
De tweede mogelijkheid betreft de gratie, die geregeld is in de Gratiewet.
Gratie Zie artikelen 2, 3 en 4 van de Gratiewet.wordt op verzoek van de veroordeelde verleend door de Minister
van Veiligheid en Justitie (hierna: V&J) nadat die het advies heeft ingewonnen
van het OM en het gerecht dat de straf heeft opgelegd. Met name
sub b van artikel 2 van de Gratiewet is van belang voor levenslang gestraften:
gratie kan worden verleend indien aannemelijk is geworden dat met de
verdere tenuitvoerlegging geen met strafrechtstoepassing na te streven doel
in redelijkheid wordt gediend. Juridisch gezien voldoet deze voorziening dus
aan de Straatsburgse jurisprudentie, maar kan dit in de praktijk ook tot vrijlating
leiden? Het euvel zit hem erin dat de gratiebeslissing bij de Minister
van V&J ligt en derhalve een politieke aangelegenheid is. Inmiddels is het 29
jaar geleden dat de laatste tot levenslang veroordeelde In 1986 kreeg Hans van Zon voor het laatst
gratie op inhoudelijke gronden, sindsdien is
het beleid ‘om’. Zie uitvoerig hierover W.F. van
Hattum, 'In de daad een mens. De gratieprocedure
levenslanggestraften: departementaal
beleid en magistratelijk toezicht, toen en nu',
Delikt en Delinkwent 2009, 24.
gratie heeft gekregen
op inhoudelijke gronden. De facto lijkt de situatie in Nederland dus
niet Straatsburgproof te zijn. Tot een veroordeling van Nederland voor het
gevoerde beleid ten aanzien van levenslang gestraften zal het overigens niet
snel komen. Het EHRM moet dan de conclusie trekken dat de straf de facto
irreducible is, hetgeen het Hof, gezien de terughoudende toetsing, niet snel
zal doen.
Een andere rechterlijke instantie die direct betrokken is bij de tenuitvoerlegging
van de levenslange gevangenisstraf, is de Raad voor Strafrechtstoepassing
en Jeugdbescherming (hierna: RSJ). In 2006 bracht de RSJ een
advies uit over de levenslange gevangenisstraf zoals die in Nederland ten
uitvoer wordt gelegd. Zij meent dat wet- en regelgeving ten aanzien van
zowel de tenuitvoerlegging als de detentieomstandigheden waaronder de
straf wordt ondergaan, aangepast dienen te worden. Een periodieke toetsingAdvies RSJ 1 december 2006, Levenslang,
perspectief op verandering, p. 15-16.

door een rechter verdient de voorkeur.

Recentelijk kwam daar een – wellicht baanbrekende Aldus de advocaat die de klager in deze
zaak vertegenwoordigde. http://www.rijnmond.
nl/nieuws/20-05-2015/moordenaar-rotterdams-gezin-moet-op-verlof-kunnen
– uitspraak van datzelfde
instituut bij. Het ging om een verlofaanvraag van de in 1989 tot
levenslang veroordeelde Loi Wah CHR 30 januari 1989, ECLI:NL:GHSGR:1989:1.. Zijn verlofaanvraag werd door de
Staatssecretaris op 1 september 2014 afgewezen, waartegen hij in beroep
ging bij de beroepscommissie van de RSJ. De beroepscommissie komt
tot het oordeelRSJ 19 mei 2015, 14/3242/GV. dat, gezien de EHRM-uitspraak Vinter en het resocialisatiebeginsel
van artikel 2 lid 2 Penitentiaire beginselenwet, verlof onderdeel
behoort uit te maken van zijn resocialisatie. Verlof in het kader van
de resocialisatie heeft geen enkele zin als de tot levenslang veroordeelde
niet op een later moment definitief in vrijheid kan worden gesteld. Deze uitspraak
noopt dus tot eventuele gratiëring op het moment dat de veroordeelde
daar klaar voor is.
Staatssecretaris Dijkhoff van V&J, de opvolger van dhr. Teeven, heeft naar
aanleiding van vragen van Tweede Kamerlid Helder van de PVV gereageerdAanhangsel Handelingen II 2014/2015, nr. 2542
op de uitspraak van de RSJ. Hij blijft bij een reeds eerder aangenomen
conclusie dat de Vinter-uitspraak ‘geen consequentiesZie http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/09/25/
bijlage-analyse-ehrm-9-juli-2013.html
[hoeft, NvG]
te hebben voor de wijze waarop Nederland moet omgaan met levenslanggestraften’.23
Wel zal hij uitvoering aan de uitspraak van de RSJ geven en C.
dus ‘in principe op structurele basis incidenteel verlof’ toekennen. Voorts
zal hij bezien of aanpassing van de tenuitvoerlegging van de levenslange
gevangenisstraf zou kunnen bijdragen aan de ‘houdbaarheid ervan voor de
rechter’. Hij zal hiervoor betrokken partijen raadplegen. Na de zomer zal de
Staatssecretaris hieromtrent meer duidelijkheid geven.

Slot
De levenslange gevangenisstraf in Nederland staat onder druk. Niet in de
minste plaats door de uitspraken van het EHRM en de RSJ. Die uitspraken
zullen er hoe dan ook op termijn voor zorgen dat er ook daadwerkelijk een
mogelijkheid bestaat dat de tot levenslang veroordeelde vervroegd vrij kan
komen als de veroordeelde een dermate grote vooruitgang heeft geboekt in
zijn resocialisatie. Ik vraag me echter af of de Staatssecretaris van V&J tot
gratiëring op inhoudelijke gronden over zal gaan.
De uitspraak van de RSJ noopt hier niet direct toe. Slechts het verlenen van
incidenteel verlof moet aan de orde zijn. Hoewel verlof er uiteindelijk toe
dient om de gedetineerde te laten terugkeren in de maatschappij, verwacht
ik dat het ministerie van V&J zich in de nabije toekomst in allerlei bochten
zal wringen om te ontkomen aan hetgeen op termijn onvermijdelijk is; uitzicht
op vrijlating voor de tot levenslang veroordeelde doordat er een reviewmechanisme
is dat inhoudelijk toetst op de vervroegde vrijlating.
Het is wellicht een te pessimistische gedachte, de Staatssecretaris kan na
de zomer evenwel ‘om’ zijn wat betreft het gratiebeleid. Dit was de conclusie
van het Forum Levenslang, die na de uitspraak van de RSJ tweette dat
het levenslangbeleid om is.
Het is hoe dan ook een geruststellende gedachte dat het ministerie van
V&J vroeg of laat het gratiebeleid ten aanzien van levenslanggestraften zal
moeten aanpassen, of dit nu middels de gratieprocedure is of door middel
van een gerechtelijke toets na een bepaalde termijn. De uitspraak van het
EHRM noopt hier simpelweg toe. De vraag is alleen wannéér dit zal gebeuren.