Het verbod van een politieke partij

Wies Lenselink
Wies heeft afgelopen jaar haar bachelor Nederlands Recht behaald. Op dit moment heeft zij een tussenjaar waar een stage bij het advocatenkantoor BarentsKrans en een semester studeren in Kaapstad onderdeel van zijn.

Inleiding

Maart 1933: verkiezingen in Duitsland. Hitler haalt met zijn partij de NSDAP bijna de helft van de stemmen. Vanaf dan gaat het snel. Op 23 maart 1933 spreekt Hitler de Reichstag toe. Hij wil de machtenscheiding afschaffen en de mogelijkheid krijgen om zonder het parlement wetten uit te vaardigen die van de Grondwet afwijken. Een grondwetswijziging is hiervoor noodzakelijk en dus is een tweederde meerderheid vereist. Hitler krijgt het voor elkaar. Om acht uur ’s avonds wordt de machtigingswet aangenomen. Vanaf dat moment heeft hij alle macht in eigen handen.

Razendsnel werd in Duitsland de democratie op democratische wijze omvergeworpen. De wil van het volk is doorslaggevend zo blijkt. Wij hebben veel geleerd van de Tweede Wereldoorlog. Er zijn na 1945 meerdere mechanismen opgetuigd om een dergelijke situatie nooit meer te doen laten ontstaan. Maar ligt een machtsgreep van een antidemocratische partij wel zo ver in het verleden of is dit juist aan de orde van de dag? De opkomst van antidemocratische partijen is de laatste jaren in Europa sterk toegenomen, wat ervoor heeft gezorgd dat de discussie over de ‘weerbare democratie’ weer is aangezwengeld. Een democratie moet zich kunnen verdedigen tegen haar vijanden, maar dit brengt ook bepaalde spanningen met zich mee.

In Nederland kennen wij geen afzonderlijke bepaling om een politieke partij te verbieden. In dit artikel staat de vraag centraal of en zo ja: hoe wij in Nederland een politieke partij kunnen verbieden en of het noodzakelijk is om een afzonderlijke bepaling inzake het partijverbod op te nemen. Allereerst wordt gekeken hoe een partijverbod democratisch te rechtvaardigen valt. Daarna volgt een bespreking van het huidige Nederlandse recht (§2) om vervolgens de gedachtegang van het EHRM omtrent partijverboden weer te geven (§3). Daarop volgt een stappenplan waarmee een politieke partij naar mijn mening in Nederland verboden kan worden (§4) en wordt gekeken naar de eventuele noodzaak van een afzonderlijke bepaling inzake partijverboden (§5). Tot slot kom ik toe aan de conclusie (§6).