De smartphone van een schuldenaar: een juridisch niemandsland?

Laura den Brok
Laura den Brok is masterstudent Burgerlijk recht en lid van Team Update van NSO Eques.

1. Inleiding

In 2016 dwong het OM drie verdachten om hun telefoon te ontgrendelen. De verdachten werd namelijk verweten via phishing geld afhandig te hebben gemaakt van hun slachtoffers. Toen de verdachten het verzoek om de toegangscode te verschaffen afwezen, werden zij geboeid en werden de iPhones, die vergrendeld waren met hun vingerafdrukken, ontgrendeld. Recentelijk heeft de rechtbank Noord-Holland deze handelswijze toegestaan. De strafrechter achtte het afdwingen van de vingerafdruk een beperkte - en daarmee toegestane - inbreuk op de lichamelijke integriteit van de verdachten.

In bovengenoemd geval ging het om een strafzaak. Het is echter voorstelbaar dat een dergelijke (nood)zaak om biometrische beveiligingen te omzeilen, ook in privaatrechtelijke verhoudingen gaat voorkomen. Immers, als de slachtoffers in de phishingzaak voor een schadevergoedingsvordering toegang wensen tot het op de iPhones aanwezige bewijs, zullen zij uiteindelijk ook voorbij de vingerafdrukbeveiliging moeten zien te komen.

Digitalisering gaat gepaard met een ontwikkeling in beveiligingsmogelijkheden. Het doorbreken van een biometrische beveiliging, zoals een vingerafdrukscan, is aanzienlijk lastiger dan het openen van een archiefkast met cijferslot. Het afdwingen van toegang tot gegevens, beschermd met biometrische beveiliging, kan dus problematisch zijn. Denk - naast het hiervoor gegeven voorbeeld - aan het beslag leggen op bitcoins en het verkrijgen van de administratie op een laptop van een werknemer door een curator; in beide gevallen is sprake van wachtwoorden of biometrische beveiliging.

Het is een kwestie van afwachten totdat ook de burgerlijke rechter moet oordelen tot welk punt een schuldenaar gedwongen mag worden mee te werken aan het ontgrendelen van een biometrische beveiliging. De vraag die in dit artikel centraal staat is dan ook: in hoeverre is het mogelijk om medewerking aan het verstrekken van biometrische gegevens (feitelijk) af te dwingen voor het verkrijgen van gegevens en bescheiden? Biometrische gegevens zijn unieke en meetbare persoonskenmerken, zoals de vingerafdruk of het gezicht, waarmee iemand geïdentificeerd kan worden.

Ik bespreek achtereenvolgens de grondslagen voor een recht op inzage (paragraaf 2), de juridische kwalificatie van een veroordeling om mee te werken aan het verschaffen van informatie; een veroordeling tot een doen (paragraaf 3), enkele punten over reële executie (paragraaf 4), de algemene medewerkingsplicht van een schuldenaar na een veroordeling (paragraaf 5), andere situaties waar het feitelijk afdwingen van een veroordeling lastig is (paragraaf 6), de grondrechtelijke implicaties van gedwongen ontgrendeling van biometrische gegevens (paragraaf 7) en mogelijke gevolgen van een onrechtmatige executie (paragraaf 8). Tot slot worden de voor- en tegenargumenten om onder het huidige recht biometrische gegevens onder dwang te gebruiken ter nakoming van een veroordeling tegen elkaar afgezet (paragraaf 9).

Klik hier om het artikel in PDF-vorm te openen