‘Duurzaamheid’: Weg van het traditionele domein van de rechter?

Prof. dr. L.E. De Groot – Van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is em. hoogleraar Rechtspleging en sinds 1995 verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit.

Gerechtelijke geschilbeslechting is ultimum remedium, dat is de leus van de ministers van Justitie gedurende de laatste decennia. De opvatting dat rechtzoekenden zich pas in laatste instantie tot de rechter zouden moeten wenden, komt bijvoorbeeld tot uiting in de beleidsbrief ADR 2000-2002 ‘Meer wegen naar het recht’ van de toenmalig minister van Justitie Korthals en in de drie initiatiefwetsvoorstellen die, destijds Tweede Kamerlid, Van der Steur in 2013 indiende om het gebruik van mediation te bevorderen. Met die laatste wetsvoorstellen werd een sterkere filtering van geschillen beoogd, waardoor meer geschillen door mediation zouden worden opgelost en de civiele en de bestuursrechter minder geschillen te behandelen zouden krijgen.
Kennelijk is dat nog niet in voldoende mate geslaagd, want nog steeds kiezen te veel mensen de weg die leidt naar een uitspraak van de rechter voor de oplossing van hun problemen, althans in de ogen van de huidige minister van Rechtsbescherming Dekker. Hij schrijft: ‘Het kabinet wil daar verandering in brengen en meer dan nu het geval is problemen van mensen aan de voorkant, dichtbij huis en in een vroeg stadium oplossen.’ Daartoe dienen maatregelen te worden getroffen. Zo vermeldt het uitvoeringsplan programma Rechtsbijstand van juni 2019: ‘We werken aan een vermindering van het aantal (onnodige) procedures en zorgen voor meer duurzame oplossingen voor rechtzoekenden …’. De overbelaste rechter dient te worden ontlast. De minister wil juridische procedures ontmoedigen en mensen stimuleren hun conflicten op andere manieren op te lossen. De beleidstheorie over alternatieve vormen van geschilbeslechting die hierachter ligt luidt dat conflicten duurzaam kunnen worden opgelost als niet alleen het juridische geschil, maar ook de onderliggende problematiek wordt aangepakt.
Twee mooie doelen dienen dus langs alternatieve wegen te worden bereikt: het aantal rechtsprocedures moet omlaag en de onderliggende problematiek moet worden aangepakt. Dat dient te gebeuren door alternatieve geschiloplossers, maar ook overheidsrechters krijgen een taak toebedeeld, zo zullen we nog lezen.
Onderstaand ga ik eerst in op de aanname dat het aantal rechterlijke procedures te zeer stijgt. Is dat zo? Daarna komen wetsvoorstellen en andere initiatieven aan de orde die de door de politiek en het beleid gewenste doelen dienen te realiseren. Tot slot volgt een kritische blik op de toekomst.

Klik hier om het artikel in PDF-vorm te openen.