Innovatie in het bestuursprocesrecht: méér experimenten of een pas op de plaats?

Prof. mr. R.J.N. Schlössels
Raymond Schlössels is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en kantooradviseur bij Nysingh advocaten-notarissen.

Afgelopen zomer is het voorstel voor een ‘Tijdelijke experimentenwet Rechtspleging’ bij de Tweede Kamer ingediend. Dit voorstel maakt het mogelijk om in het burgerlijk procesrecht te experimenteren met innovatieve vormen van rechtspleging. Gedacht wordt aan experimenten gericht op een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting.
Als we mogen afgaan op de consultatiefase bestaat er in de sfeer van de burgerlijke rechtsvordering een stevig draagvlak voor experimenten. Vanuit bestuursrechtelijke hoek wordt jaloers naar het voorstel gekeken. Volgens verschillende insprekende instanties , waaronder de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) en de Raad voor de Rechtspraak, is er ook een aanzienlijk aantal bestuursprocesrechtelijke experimenten dat het verdient om proef te draaien.
Is het inmiddels tijd voor een bestuursprocesrechtelijke ‘experimentenwet’? Deze vraag staat hierna centraal. Eerst gaat aandacht uit naar de ontwikkeling van het bestuursprocesrecht vanaf 1994 (paragraaf 2). Vervolgens wordt het actuele bestuursprocesrecht gewaardeerd (paragraaf 3). Daarna wordt bekeken welke ‘verbeterexperimenten’ worden genoemd. De meest opmerkelijke worden kort belicht en van enig commentaar voorzien (paragraaf 4). De bijdrage wordt afgesloten met een conclusie (paragraaf 5).

Klik hier om het artikel in PDF-vorm te openen.