Tags: 

Maak kennis met...

Sam Schuite
Mr. Sam Schuite

‘Alle begin is moeilijk’, aldus Dimitri Verhulst in zijn geprezen roman Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Deze godlasterende opening is wellicht niet de meest gangbare op een, van oudsher, katholieke universiteit als de Radboud, maar is mij bijzonder welgevallig in het kader van deze bijdrage. Ik heb daarvoor twee redenen.

Ten eerste vernam ik van het bestuur van Actioma dat dit schrijven een primeur is voor het – veelal wetenschappelijk ingestoken – faculteitsblad. Het idee van deze nieuwe rubriek is om studenten en medewerkers dichter bij elkaar te brengen en om het blad ‘iets meer Nijmeegs’ te maken. Ik moedig dat aan; in mijn tijd als voorzitter van Stichting Jurist in Bedrijf leverden wij een tweeduizendtal exemplaren van de Maastrichtse tegenhanger – het JiBulletin – op. Ook dat faculteitsblad kende een dergelijke rubriek en in mijn ervaring werd dat door menig lezer als bijzonder prettig ervaren. Klaarblijkelijk komt mij de eer toe om de spits van deze nieuwe rubriek af te bijten. Of het verdere bestaansrecht van de rubriek daarmee in mijn handen ligt, zal de toekomst uitwijzen.
Qua nouveauté hebben de rubriek en ikzelf wel wat gemeen. Die constatering brengt mij bij de tweede reden dat ik deze bijdrage begon met het citaat van Verhulst. Ook ikzelf ben immers nieuw op de Radboud Universiteit. Per 1 oktober jongstleden ben ik als promovendus verbonden aan de vaksectie Bestuursrecht en het onderzoekcentrum voor Staat en Recht (STeR) van deze faculteit. Moeilijk was mijn begin echter allerminst, dat heeft alles te maken met de prettige omgeving en collega’s alsmede met de relevantie van mijn promotieonderzoek. Daarover later meer. Eerst iets over mijzelf.
In een – inmiddels alweer ver – verleden heb ik de jeugdopleiding van PSV Eindhoven doorlopen. Met lichtingsgenootjes als Memphis Depay en Jorrit Hendrix zou ik niets anders worden dan profvoetballer. Profvoetballer ben ik nooit geworden. Twee gescheurde kruisbanden zijn daar debet aan. Om het beruchte ‘zwarte gat’ te ontlopen, heb ik mij direct ingeschreven voor een universitaire studie: psychologie in Maastricht. Als ik zelf geen voetballer meer mocht worden, zou ik hen op zijn minst mentaal bijstaan. Zoals wel vaker bleken theorie en praktijk twee pijlers van een ander gebouw; de studie beantwoordde niet aan mijn verwachtingen. Een klassieke ‘foute studiekeuze’, al haalde ik wel mijn propedeuse. Ik schreef mij in voor de bachelor Rechtsgeleerdheid. Vanaf het begin van dat academisch jaar was ik vertrokken, in de rechtswetenschap kon ik mijn ei kwijt.
Resumé van wat zich sindsdien voltrokken heeft: ik studeerde Nederlands recht, specialisatie Privaatrecht aan Maastricht University, alwaar ik in augustus 2019 afstudeerde. Naast het reguliere masterprogamma volgde ik het Master’s Honours Researchprogramma. Gedurende mijn studententijd was ik extracurriculair betrokken; ik was voorzitter van het reeds aangehaalde Stichting Jurist in Bedrijf, liep stages bij gerenommeerde advocatenkantoren en was verbonden als student-assistent aan mijn Alma Mater. In 2017 studeerde ik tevens een semester aan de Universität Wien. Dit faculteitsblad ‘iets meer Nijmeegs’ maken, is mij tot dusver niet gelukt.
Dat verandert met mijn huidige aanstelling. Mijn promotieonderzoek (met als promotoren prof. J.A.M.A. Sluysmans en prof. R.J.N. Schlössels) speelt binnen het overheidsaansprakelijkheidsrecht en richt zich op de vraag naar de (bijzondere) positie van deskundigen bij de begroting van schade na rechtmatig overheidshandelen. Voor de beeldvorming neem ik de onteigeningsdeskundige als voorbeeld. Dergelijke deskundigen worden ex artikel 27 Onteigeningswet verplicht door de rechtbank aangesteld om de schadeloosstelling te begroten. Hun advies neemt niet zelden de vorm aan van een ‘rompvonnis’, waarvan de rechtbank slechts spaarzaam afwijkt. Ook in kwesties van nadeelcompensatie, die verwantschap houden met het onteigeningsrecht (denk dan aan de tegemoetkoming in planschade), nemen soortgelijke schadedeskundigen een voorname rol in. Het onderzoek besteedt onder meer aandacht aan de invloed die dergelijke deskundigen hebben op de uitkomst van het juridisch schadedebat en in welke mate hun positie verschilt ten opzichte van andere, binnen de rechtspraktijk voorkomende, deskundigen (bijvoorbeeld medisch deskundigen). Daarnaast ben ik voornemens empirisch te onderzoeken hoe die bijzondere positie door ‘stakeholders’ in de verschillende procedures wordt gewaardeerd. In de juni-editie van dit blad zal ik een inhoudelijke bijdrage verzorgen waarin een aantal punten duidelijker naar voren komt.
Mijn aanstelling bestaat voor 100% uit onderzoek, wat betekent dat ik studenten en medewerkers waarschijnlijk minder zie dan gebruikelijk is. Zulks neemt niet weg dat ik sociaal geëngageerd ben en graag praat over inhoud, maar zeker ook over andere dingen. Ik kijk ernaar uit u te leren kennen!
Mr. Sam Schuite